20 jaar Harry Potter! Hoe lang ben jij al fan?
Al 20 jaar!
Tussen 15 en 20 jaar
Tussen 10 en 15 jaar
Tussen 0 en 10 jaar
» Bekijk stand «


Kies:

Download het van Microsoft

RSS Feed


Twitter

 

Verslag: bezoek aan The Wizarding World of Harry Potter, Orlando (Verenigde Staten)

In de zomer van 2010 bezocht ik met mijn ouders en mijn broertje The Wizarding World of Harry Potter in Orlando, Florida, over een periode van twee weken. Nu zit ik hier, een doosje Smekkies naast me, de woorden: ‘I served time in Azkaban, approach with extreme caution’ op mijn T-shirt, en schrijf mijn verslag van die dagen.

Toen ik voor het eerst hoorde over een pretpark dat in het teken stond van Harry Potter, en dat gebouwd zou worden in Amerika, ben ik vol enthousiasme naar mijn ouders gegaan en heb ze gevraagd of we daar ooit eens naar toe konden. Ze zeiden dat dat wel zou gebeuren, maar dat ze geen geld van hun al bestaande vermogen eraan wilden besteden. Dus namen we een krantenwijkje, deden mee aan de rommelmarkt in onze woonplaats, en duwde ik zelfs een deel van mijn verjaardagsgeld in de envelop met ‘Amerika’ op.
Na een aantal jaar was het dan zover. Eind 2009 boekten we een vakantievilla, even ten zuiden van het zonnige Orlando, compleet met een eigen zwembad. Toen daarna de bekendmaking kwam dat het park geopend zou worden in de lente, hielden we ons hart nog even vast: stel dat het toch weer uitgesteld zou worden?
We haalden dan ook opgelucht adem toen het zeker was dat het park dan open zou gaan, en op 18 juni gebeurde dat dan ook. Ongeveer een maand later stapten we in het vliegtuig en maakten de lange reis naar de Sunshine State.
Puffend van de warmte rustten we daar eerst een dag uit, aangezien het tijdsverschil tussen Nederland en Florida wel 6 uur is, en ons ritme was compleet verstoord.

26 juli was het dan zover: we stapten in de auto en reden naar het park van Universal, dat eigenlijk uit twee parken bestond: Islands of Adventure, met veel achtbanen en andere spectaculaire attracties, en Universal Studios, dat meer een groot kijkje achter de schermen is.
Islands of Adventure, daar moesten we zijn: een park dat is aangelegd rond een meer, met verschillende delen, ‘eilanden’, waar verschillende thema’s te vinden zijn: Jurassic Park, superhelden, Griekse mythologie en natuurlijk Harry Potter!
We liepen naar binnen en ik zag het al liggen, aan de andere kant van het park: Zweinstein. Even een foto maken en hup, erop af!
Onze teleurstelling was dan ook groot toen we bij de ingang van het park aankwamen en we werden omgeleid naar de andere ingang, waar we een rij tegenkwamen van bijna 600 meter lang, door het halve park heen. Ergens in die rij kreeg je kaartjes waarmee je bij de ingang naar binnen kon.
Chagrijnig gingen we dan maar in andere attracties, en zo’n 4 uur later gingen we nog eens naar de rij kijken. Gelukkig was die gekrompen tot minder dan 100 meter, en we gingen er snel in staan.
We kregen onze kaartjes en gingen naar binnen, en ik begon te glunderen van oor tot oor: ik was in Zweinsveld.
Rechts vooraan stond de vuurrode Zweinsteinexpres: puffend blies hij stoom uit, en ernaast stond de bagage van een tovenaarsleerling. Natuurlijk, zoals elke fan, moest ik er even bij staan om een foto te maken en daarna trokken we het dorpje in.
Het viel me meteen al op hoe mooi Zweinsveld was nagemaakt: de huisjes waren precies zoals in de films, met hoge schoorstenen en sneeuw op de daken; de Drie Bezemstelen had scheve ramen en een scheve schoorsteen, en ik herkende meteen al de etalages van Honeydukes (Zacharinus’ Zoetwarenhuis) en Zonko’s, net als die van Olivander. Het was te mooi voor woorden.
Van de opwinding moest ik naar de toiletten, en tot mijn verbazing hoorde ik de stem van Jammerende Jenny daar tegen me mopperen. Ik begon te lachen en liep weer naar buiten.

Aangezien het overal zo druk was, gingen we meteen naar de minder populaire Flight of the Hippogriff, waar je net als Harry op een Hippogrief mocht zitten. De wachtrij liep langs het huisje van Hagrid, en weer moest er een foto gemaakt worden.
Toen we in het karretje gingen zitten, hoorden we de stem van Hagrid, die vertelde hoe je een Hippogrief moest benaderen. Toen vertrokken we, de instructies goed in ons hoofd geprent.
Toen het karretje een helling opging, zag ik Scheurbek trots in een nest langs de kant zitten, zijn voorpoten over elkaar heen gevouwen, en hij boog zijn kop. Daarna kon de vlucht pas echt beginnen.
We zoefden heen en weer over het terrein van Zweinstein, en 45 seconden later was het alweer afgelopen. Het was een familievriendelijke achtbaan, dus verwacht geen loopings of extreme hoogtes. De achtbaan was op zijn hoogste punt misschien maar vijf meter hoog, dus geschikt voor iedereen.

Daarna was Zweinstein aan de beurt, of beter gezegd, Harry Potter and the Forbidden Journey. Met zijn vele torens en ramen rees het kasteel boven het hele park uit, en grijnzend liepen we tussen de standbeelden van gevleugelde zwijnen door.
De ingang was in de rots waar het kasteel op lag, en daar moesten we onze tassen in kluisjes doen. Na dit gedaan te hebben sloten we aan in de rij, en de magische reis kon beginnen.
Het was een uur wachttijd, maar dat was wel de moeite waard: we begonnen in een lange gang in de kerkers, waar onder andere de Spiegel van Neregeb stond. Ik kon helaas niet zien wat ik het liefste wilde, want er zat veel vuil op de spiegel.
In de kerkers lag ook de deur naar het klaslokaal van Toverdranken, en we hoorden een stem die de leerlingen in dat lokaal instrueerde hoe ze één of andere drank moesten maken. We konden er geen kijkje nemen, want de wachtrij ging verder.
We kwamen aan in de kassen, waar planten het plafond en de ondersteunende palen overwoekerden. Het was broeierig warm, en de rij die er stond was erg lang. Onderweg kwamen we langs plantenbakken met Mandragora’s erin, die ons met hun kleine oogjes vanuit de aarde aanstaarden toen we langsliepen.
Na wat zeker een halfuur moest zijn geweest, vervolgden we onze ‘wandeling’ door een lange gang, en mijn hart begon sneller te kloppen toen ik zag wat zich aan het einde van die gang bevond: de adelaar met zijn vleugels naar voren gestoken; de ingang van het kantoor van professor Perkamentus.
Maar voordat we dat kantoor betraden, kwamen we eerst nog door een smalle gang, vol met talloze schilderijen, waarvan de meeste ook echt bewogen. We keken onze ogen uit, en zagen hoe een wetenschapper ons door zijn vergrootglas aankeek, hoe een groep mensen een Zwerkbalwedstrijd bekeek en hoe de vier stichters van Zweinstein ruzie maakten om de vier afdelingen. Daarna betraden we het kantoor van Perkamentus.
Alle instrumenten stonden daar uitgestald, en schilderijen van schoolhoofden hingen aan de muren. Zijn bureau stond er leeg bij, een stapeltje boeken op het blad. De stok van de Feniks was leeg. Boeken zweefden omhoog en zetten zichzelf op de boekenplanken. En bovenaan de trap van het kantoor stond de man zelf. Zijn beeld was te zien op een scherm, maar het was net alsof hij er echt stond. Hij begroette ons (de nieuwe leerlingen van Zweinstein) en vertelde ons dat we door moesten lopen naar het klaslokaal van Verweer tegen de Zwarte Kunsten. Helaas, zo vertelde hij ons, was er opnieuw geen leraar voor dit vak. We liepen door naar het klaslokaal en het eerste wat we zagen was het grote skelet dat aan het plafond hing. Op de vensterbanken van de hoge ramen stonden verscheidene potten met verschillende creaturen erin. Op het krijtbord stond informatie over Dementors, en aan het einde van de klas was de trap naar de vertrekken van de leraar zelf. Ineens ging de deur daarvan open, maar er was niemand te zien. Toen de deur sloot hoorde je de stemmen van Harry, Ron en Hermelien, die toen verschenen van onder de Onzichtbaarheidsmantel.

Net als Perkamentus leken zij levensecht, maar het was weer een geacteerd filmpje dat telkens opnieuw werd afgespeeld. Het trio vertelde ons dat professor Kist van Geschiedenis van de Toverkunst nu ook Verweer tegen de Zwarte Kunsten gaf, en dat ze een echte les wilden. Ze hadden het erover dat ze jou, de nieuwe leerling, naar buiten, naar de Zwerkbalwedstrijd van de dag, moesten smokkelen en zeggen waar je Hermelien moest ontmoeten om je reis te beginnen. We liepen verder, langs het fantastische schilderij van de Dikke Dame, die ook bewoog, door de leerlingenkamer van Griffoendor, waar bewegende schilderijen met elkaar kibbelden, en dan door een gang waar de Sorteerhoed stond. Hij vertelde ons dat onze reis op het punt stond te beginnen (je zag hem echt bewegen en hoorde hem praten!) en toen kwamen we bij het einde van de rij. Dat was de Kamer van Hoge Nood, waar kaarsen boven onze hoofden zweefden. Je zag karretjes voor vier personen voorbijkomen. Mijn moeder wilde hier niet in en ging alvast naar de uitgang, terwijl de rest van ons vol enthousiasme in de stoelen gingen zitten, de beugels omlaag trokken en wachtten tot de reis begon.

Tovenaarsleerlingen zwaaiden ons gedag, en toen zagen we Hermelien weer. Ze gooide wat Brandstof, brabbelde iets en toen begon het karretje te bewegen. Het ging omhoog, draaide en we zagen een scherm, dat om ons heen was gebouwd, waardoor het net leek dat we echt ín het filmpje zaten dat zich daar afspeelde. We zagen haarden voorbij komen, gingen door een lange, stenen gang en ineens draaide het karretje van het scherm weg en vervolgde zijn tocht door de prachtig nagemaakte Astronomietoren. We zagen het Verboden Bos en het Zwarte Meer vanuit de toren (dit uitzicht werd op een scherm getoond). Weer draaide het karretje naar een scherm toe en we zagen Zweinstein vanuit de Astronomietoren met het uitzicht erbij. Het leek net als in de films. We vielen van de toren omlaag (ik moest denken aan dat bewuste moment in het zesde boek, dat Perkamentus dit mee moest maken) en scheerden over het meer, waarna we weer terugdraaiden naar het kasteel en tussen twee torens doorvlogen, waar Harry en Ron ons op hun bezems, in Zwerkbalkleding, opwachtten. Ze vlogen voor ons uit, tussen de torens van het kasteel door, en ineens zagen we Hagrid op een brug staan. We vertraagden en zagen dat de goede halfreus een ketting vasthield waar naar alle waarschijnlijkheid een groot monster in vast had gezeten. Hij vroeg ons of we de draak gezien hadden en toen vlogen we verder achter Harry en Ron aan, over het dak heen. Zoals ik al had verwacht, doemde ineens de Hongaarse Hoornstaart op, brullend en happend naar de bezemstelen van de twee jonge helden. Zijn vleugels scheerden rakelings over ons heen toen we een ontwijkingsmanoeuvre maakten en recht door zijn vlammen heen vlogen. We vlogen naar de plaats waar Hermelien in de derde film Draco had geslagen. Ineens vertraagden we onze vlucht, want de Hoornstaart doemde weer voor ons op, brullend. We vlogen die lange brug in (die naar het kasteel leidt) en draaiden weer weg van het scherm. Van hier zagen we de brug van binnen, weer prachtig gemaakt. Buiten waren de toppen van de bomen te zien, en de bewegende vleugels van de draak. Zijn klauwen maakten diepe gaten in het dak van de brug, en we vlogen eruit, het bos in. Even doemde het gezicht van de draak nog voor ons op vanuit het donker, en hij blies warme, rode rook (vuur, natuurlijk) in ons gezicht voordat we echt het bos in doken. Spinnen kwamen aan lange draden naar beneden, en ineens kwamen we langs Aragog, die zijn kaken opende en straaltjes water in ons gezicht spoot. Zijn ogen glansden toen we van hem wegdraaiden en verder tussen de spinnen door vlogen. Daar doemde de Beukwilg op. Met zijn massieve takken sloeg hij naar ons, en miste ons op één armlengte na. De spinnen bleven ons achtervolgen. Weer een paar straaltjes in ons gezicht, en toen zagen we Hermelien. Ze zei iets wat ik niet kon verstaan en het volgende moment draaiden we weer naar een scherm toe. Nu vlogen we over het Zwerkbalveld, waar een wedstrijd van Griffoendor tegen Zwadderich bezig was. Harry kwam ons tegemoet, vragend waar we waren gebleven. Het volgende moment kwam de Snaai tevoorschijn, en Harry stoof erachteraan. Wij volgden.
Draco Malfidus dook op, en hij en Harry begonnen een traditioneel beuk-spelletje, dat over de toppen van de bomen en onder de tribunes doorging. Ze vlogen verder langs de doelpalen van Griffoendor, net toen de Slurk daarop afstevende. Ginny hield hem tegen, en het volgende moment werd de lucht zwart en kwamen er Dementors tevoorschijn. Harry schreeuwde iets en we draaiden van het scherm weg. Prachtig gemaakte, enge Dementors kwamen vanuit het duister op ons af, met wapperende mantels.
‘Ga bij ze vandaan!’ hoorden we Harry schreeuwen, maar de Dementors bleven maar op ons af komen terwijl we door het duister raasden. Eén van hen kwam wel héél dichtbij, en hij begon onze zielen zeg maar weg te zuigen. In de straal lucht die we toen naar zijn mond zagen gaan, uitvergroot toen wij erlangs kwamen, zagen we gezichten, die van ons, en we draaiden weer naar een scherm toe. We bevonden ons in een kloof vol rotsen, met onder ons een rivier. Twee Dementors kwamen steeds dichterbij, totdat Harry een Patronus opriep en ze wegjoeg. We scheerden verder, nu door een grot, die begon in te storten. We raasden langs vallende rotsblokken en vlogen toen ineens over het meer heen. Uilen vlogen met ons mee richting Zweinstein, en we kwamen de Grote Hal binnen. Weer draaiden we van het scherm weg en we zagen de Grote Zaal en de bewegende trappen. Perkamentus, Hagrid en vele leerlingen, waaronder ook het trio, feliciteerden ons met onze prestatie en de magische reis stopte. Mijn hart klopte van opwinding en mijn broertje en ik vertelden elkaar met veel enthousiasme hoe we het hadden ervaren. We gingen door de uitgang naar buiten, en kwamen terecht in een souvenirshop, Filch’s Emporium genaamd. Hier waren vele dingen te zien: sjaals en gewaden van de afdelingen (de gewaden waren wel honderd dollar, vond ik een beetje veel), vele spelden, Dooddoenermaskers, Voldemortpoppen, pluche Norbert en Knikkebeen, T-shirts, en ook een Sluipwegwijzer (die leek me wel leuk, maar hij kostte vijftig dollar, en die bewegende voetstapjes zijn er dan natuurlijk niet eens bij). In een etalage zag je de Sluipwegwijzer wel met voetstapjes, maar geprojecteerd natuurlijk. Ik kocht een sjaal en het T-shirt waarover ik al in de inleiding vertelde.
We gingen naar buiten, de hete zon van Florida weer in. Omdat het zo warm was en onze voeten zoveel pijn deden, besloten we om de winkeltjes later te doen, en dan ’s avonds te gaan. Dan was de rij voor de ingang van het Harry Pottergedeelte namelijk weg en was het er ook minder druk.

Zo gezegd, zo gedaan. Twee dagen later gingen we er weer naartoe, hoewel nu pas om vijf uur ’s avonds. Dan hadden we tot tien uur, en dat zou genoeg moeten zijn.
Toen we aankwamen in Zweinsveld werden we deze keer begroet door een aardige, zwaarlijvige conducteur, die ons met een Engels accent begroette en alsmaar riep dat het erg koud was omdat er sneeuw op de daken lag. Soms blies hij op zijn fluitje om aan te geven dat de Zweinsteinexpres op zijn bestemming was gearriveerd.
Mijn broertje en mijn vader wilden meteen al in de Dragon Challenge, een achtbaan die natuurlijk de eerste opdracht van het Toverschooltoernooi moest voorstellen.
Bij de ingang van de achtbaan, die zich vooraan het park bevond, hingen vlaggen van de verschillende scholen. Ik heb het niet zo op met die achtbanen zoals de Dragon Challenge, dus ik ging er niet in.
De achtbaan is er één waar de stoeltjes aan de rails hangen. Het waren er eigenlijk twee, een rode en een blauwe, die om elkaar heen draaiden en scheerden, en elkaar op een bepaald punt bijna raakten. Ze moesten de Chinese Zenger en de Hongaarse Hoornstaart voorstellen.
Ik hoorde later van mijn broertje dat je in de wachtrij langs drie Gouden Eieren komt, langs de op hol geslagen Ford Anglia van de familie Wemel en langs de Vuurbeker en de beker van het Toverschooltoernooi, die in de kampioenentent stond.
Terwijl mijn moeder en ik wachtten, haalden we in de tussentijd een Boterbiertje bij een karretje dat midden op straat stond, om de drank even te proberen. Je kon een gewone, plastic beker vragen, maar ook een mok, waar ‘Butterbeer’ op stond, die je als souvenir mocht houden. De gewone beker was al mooi genoeg, dus die pakten we dan maar.
We vonden het erg lekker. Het was een koud drankje. Het smaakte, naar mijn mening, een beetje naar lauwe cola (je weet wel, cola die je een paar uur in een glas hebt laten staan zodat de prik bijna weg is) met een ijssmaakje. Mijn moeder kon die cola er niet in herkennen, maar je moet het zelf maar eens proeven. Het was hartstikke lekker.
Toen mijn broertje en vader terug waren, zijn we in de rij bij Honeydukes (Zacharinus’ Zoetwarenhuis) gaan staan, om snoep te kopen.
De rij was kort en we waren snel binnen. Ik vond het fantastisch. Groene rekken vol met snoep, en tegen de achterwand kokers vol Smekkies in Alle Smaken, met daaronder doosjes met ongeveer honderd Smekkies, die je voor 10 dollar kon kopen.
Mijn broertje greep meteen gretig naar een Chocoladekikker, en ik moest lachen toen hij hem boos teruglegde. Ik pakte zo’n doosje op en zag dat de kikker ook 10 dollar koste, wat voor ons Nederlanders misschien een beetje veel is.
Verder hadden ze ook dropveters, chocoladetoverstokken, ‘Fudge Flies’, padden van pepermunt en chocoladeskeletten. We waren bescheiden en kochten één doosje Smekkies en één Chocokikker. Het plaatje bij ons was van Helga Huffelpuf. Hoeveel er in totaal zijn weet ik niet, maar ik heb er vier in de etalage van Honeydukes gezien: de vier stichters van Zweinstein.

Vanuit de winkel vol snoep konden we meteen Zonko’s Fopmagazijn binnen lopen, waar we een Ukkepulk konden kopen (leuke extra: bij de kassa vragen ze de naam van je Ukkepulk, en als je een naam zegt, roepen ze die door de winkel en vragen iedereen om applaus), een bijtende frisbee, snoepjes waar je ziek van wordt, een Gluiposcoop en nog veel meer. Dit was voornamelijk speelgoed en we hebben hier niks gekocht.
In de etalage van Zonko’s zag je een pop die een stroom aan misselijkmakende snoepjes uitspuugde, de hele dag door. Ook zag je Hangoren, die ik tot mijn teleurstelling niet in de winkel heb kunnen vinden.
Ook een leuk extraatje: de deur van Zonko’s lacht. Hij schatert het uit, en je moet vanzelf grinniken als je het hoort. Ik in ieder geval toch.
De rijen bij Olivander en Dervish and Banges (Bernsteen en Sulferblom) waren nog lang, dus we besloten nog eens Harry Potter and the Forbidden Journey te gaan doen. Mijn moeder wilde er namelijk toch nog in, nadat ze onze verhalen had gehoord. En ze vond dat we de waarheid spraken: het was geweldig.
De rij was dit keer iets langer en we moesten zo’n 75 minuten wachten om de reis voor een tweede keer te beginnen. Met evenveel plezier en enthousiasme als eerst begon ik eraan en eindigde ik ermee, en weer liepen we door de shop van Vilder.

Toen we weer eruit kwamen (we hadden niets gekocht) was het al donker, en weer verbaasde de pracht van het park me: rook wervelde over het meer, de lichten in het kasteel en de huizen van het dorpje waren aan, spotlights wierpen lichtstralen in de lucht en vuurwerk spatte boven onze hoofden uiteen. Dit alles was afkomstig van een dagelijkse avondshow in het naastgelegen park, Universal Studios, dat, tussen haakjes, ook zeker de moeite waard is om te bekijken.
Het was bijna sluitingstijd en we haastten ons naar Olivander’s, waar de rij veel kleiner was dan voordien. Net op tijd, want een paar mensen achter ons werd de rij gesloten.
We kwamen langs de etalage van een boekenwinkel, waar we een foto zagen van Gladianus Smalhart, die zichzelf, net als in de tweede film, heel wat vond. Een bewegende foto dus.
Achter mij stond een meisje met een medewerkster te praten, en ze vertelde dat het haar laatste dag was en dat ze de ervaring van Olivander’s mee wilde maken. Ze begon bijna te huilen omdat ze dacht dat het gesloten zou worden voordat zij naar binnen kon gaan.
Maar dat was niet waar. We waren de laatste groep van de dag en toen we naar binnen gingen begon iedereen enthousiast te praten; de wanden waren vol met dozen met toverstokken erin, tot aan het plafond. Overal waar een verticaal stuk was (behalve bij de ramen), waren rekken met toverstokken. Ladders stonden tegen de wanden en er was een smalle, gammele trap die langs een wand omhoog leidde naar een deur. Bovenaan die trap stond een bebaarde man, die zweverig met zijn handen bewoog en om zich heen keek. Toen keek hij ons aan, en wees, zoals ik al had verwacht, het meisje aan dat eerder bijna had staan huilen, en zei: ‘Jij bent hier voor een toverstok.’ Hij liep de trap af, ging achter zijn bureau staan en vroeg haar naam (die ben ik vergeten). Daarna draaide hij zich om en pakte een doos. Hij gaf de toverstok, die hij nog even beschreef, aan het meisje, wees naar een ladder en zei dat ze daar naartoe moest wijzen en een zwaai moest geven. Dat deed ze en meteen begonnen de lades achter de ladder ertegenaan te rammen, alsof ze wilden ontsnappen. Olivander gaf een zwaai met zijn toverstok en er klonk een zacht geruis toen de lades stil werden.
‘Dat is zeker niet jouw toverstok,’ zei hij en iedereen lachte. Daarna liep de verkoper zweverig door de winkel en pakte een andere toverstok uit een rek. Hij gaf het meisje de stok en zei dat ze op een bel die aan het plafond hing moest richten en ermee moest zwaaien. Dat deed ze, maar andere bellen begonnen te rinkelen. Ook dit maakte Olivander met een zwaai van zijn toverstok en een zacht geruis ongedaan.
Hij vroeg haar naar haar verjaardag. ‘Elf april,’ zei ze (dat onthoud ik dan weer wel, haha). In gedachten verzonken mompelde hij: ‘Ik vraag me af…’ (dit kwam me erg bekend voor). Daarna draaide hij zich om, opende een kastje waar maar één doos in lag, pakte die, en opende de doos. Hij gaf de toverstok aan het meisje en meteen klonk er muziek door de winkel, ging de lamp fel gloeien en blies een wind haar haren in de war. Dit was duidelijk haar toverstok.
Olivander glimlachte en zei: ‘Deze heeft jou gekozen. En onthoud: een toverstok kan van zijn tovenaar leren, en een tovenaar, kan van zijn toverstok leren.’
Na deze woorden werden we door een zijdeur de Owl Post, het postkantoor, ingeleid, waar je toverstokken kon kopen en brieven kon verzenden met een Harry Potterpostzegel erop. Ze hadden er verschillende replica’s van toverstokken uit de films, zoals die van Harry, Perkamentus, Ginny, Ron, Hermelien, Voldemort en nog veel meer. Ook hadden ze aparte toverstokken die aan niemand toebehoorden, totdat jij of iemand anders één van hen koopt.

Naast het ‘postkantoor’ lag Dervish and Banges (Bernsteen & Sulferblom) waar ze Zwerkbalspullen en andere souvenirs hadden. Vanuit de Owl Post konden we er zo naar binnen lopen, en het eerste wat we zagen was een kooi. In die kooi lag een boek, met een kaft als een vacht en een mond met vlijmscherpe tanden: het Monsterlijke Monsterboek. Hij bewoog heen en weer en gromde naar ons toen we langsliepen. In het rek naast de kooi lagen speelgoedversies van het boek.
De winkel zelf was ook fantastisch. Bezemstelen, prachtige replica’s van de Nimbus 2000, 2001 en de Vuurflits hingen aan het plafond, rijp voor de koop. Ze kostten wel veel geld, dus die waren we niet van plan te kopen.
Verder hadden ze ook nog speelgoedbezemstelen, gewaden van elke afdeling op Zweinstein en mooi gemaakte beeldjes, klein wel, van drie van de draken van het Toverschooltoernooi: de Chinese Zenger, de Hongaarse Hoornstaart en de Gewone Groene Huisdraak. Hoog in de rekken hingen talloze Slurken te wachten op een nieuwe eigenaar die met hen wilde gooien, en eronder hingen Beukers met de knuppels van de Drijvers erbij. Talloze andere spullen waren in de winkel aanwezig, zoals spelden, kleinere draakjes dan de beeldjes (volgens mij ook speelgoed) en Zwerkbalspullen. Aangezien het al laat was en het park bijna ging sluiten, verlieten we de winkel en kwamen we terecht in een grote ruimte waar een dak op palen beschutting gaf aan talloze banken. Boven ons zaten uilen op de dakbalken, en hun uitwerpselen plakten aan de muren. De hele avond en dagen erna zouden ze daar zitten, alleen even met hun vleugels wapperend en hun koppen draaiend. Geen echte, natuurlijk, maar wel mooi gemaakt.
Ik draaide me nog even om naar de Uilenpost en zag een Brulbrief in de etalage, die woest allerlei woorden uitkraamde, voor mij onverstaanbaar. Daarna verscheurde hij zichzelf, zoals we dat kennen uit de tweede film.
Toen we door de uitgang naar buiten liepen, draaide ik me nog even om naar Zweinsveld. De klok op de Uilenpost gaf kwart voor tien aan, en we haastten ons weg. Het park ging bijna sluiten.
Natuurlijk zouden we later nog terugkomen om weer bij alle winkels naar binnen te gaan, en de Drie Bezemstelen en de Zwijnskop te zien.

Een paar dagen later gebeurde het dan. We gingen eerst de Zwijnskop binnen, die vlak naast de Drie Bezemstelen lag. Via een steegje met een Goudgrijp-bankautomaat gingen we naar de achterkant, waar we naar binnen konden. Meteen hoorden we het gegrom van een zwijn.
Het was een kleine ruimte, vanwaar je de Drie Bezemstelen in kon. Een smalle trap leidde naar boven, waar de kamers waren en alleen personeel mocht komen. We hoorden veel gestommel boven ons, telkens opnieuw. Maar wat echt onze aandacht trok, was de bar.
Er waren vele tappen, en je kon er souvenirmokken kopen, sommige met een zwijnskop erop. Het was er druk en gezellig, en de barman vroeg ons vriendelijk wat we wilden drinken (even een notitie: er is geen cola in het park te vinden, omdat JK Rowling dit niet wilde).
Achter de barman hing een levensgrote zwijnskop, die af en toe bewoog en ons met zijn kraaloogjes grommend aankeek.
We bestelden een paar Boterbiertjes en gingen de Drie Bezemstelen in. Zoals de naam al zegt, hingen er drie bezemstelen boven de ingang. Ze leken levensecht.
Schaduwen gleden over de muren daarbinnen, die erg hoog waren. Verschillende trappen leidden over elkaar heen naar aan het zicht onttrokken kamers, waar we uiteraard niet konden komen. Verschillende geweien hingen boven de haard aan de achterwand, en we konden er vele Engelse gerechten halen. Ovenschotels, kip met maïs, het welbekende fish and chips... We bestelden kip met mais en ribbetjes en gingen aan een tafel zitten. Het was lekker, en het volgende moment gingen we weer naar de Uilenpost. Daar kocht ik dan eindelijk mijn toverstok: een 29 centimeter lange stok, met een kromming erin. Onderaan het handvat zat een bolletje, en in het handvat zelf zaten allerlei putjes. De toverstok stond voor wijsheid en was gemaakt van het hout van een hazelaar. De stok zat in een lichtgroene, korte doos, met ‘Olivander’s’ erop, en: ‘Makelaar van fijne toverstokken sinds 382 v. Chr.’ De kern weet ik niet, die moet ik nog even opzoeken op de site, als ik die kan vinden.
(Noot: alle toverstokken zijn van plastic, maar wel erg mooi en je denkt bijna dat het echt hout is. De replica's zijn ook erg mooi, maar ik vind die van de Noble Collection toch het mooiste, dus geen replica voor mij.)
Toen was het tijd om te gaan. We vulden nog even een zak met allerlei soorten snoep bij Zacharinus’ en liepen toen nog even naar Zweinstein om voor de derde keer de Forbidden Journey te doen.
Toen we bij de poorten van het kasteel kwamen zagen we een groep leerlingen van Zweinstein, een koor, staan zingen. Ze hielden kussens in hun handen, waarop grote padden zaten, die levensecht leken. Ze openden en sloten hun bekken op de muziek en dus leek het net alsof ook zij zongen.
Daarna kwam er een groep leerlingen van Beauxbatons en Klammfels, die optredens uitvoerden zoals je die ook in film vier kon zien. We liepen toen al naar het kasteel, dus ik heb het niet echt goed meer gezien.
Na het kasteel gingen we nog naar de uitgangen, maar eerst wilden we er zeker van zijn dat we niks hadden gemist. Toen bleek dat dat zo was, vertrokken we.
Bij de ingang van Zweinsveld draaide ik me nog even om, en keek op naar Zweinstein. Het was werkelijk een prachtig plaatje, en ik voelde spijt dat het erop zat.
Een groepje fanatieke fans die zich als leerlingen van Huffelpuf verkleed hadden, compleet met stropdas en toverstok, liep langs ons heen het park uit. Bij de uitgang riepen ze nog even allemaal: ‘Accio party (Accio feestje)!’ en begonnen toen te dansen. Ik lachte en had bijna zin om mee te dansen. Toen draaide ik me om en liep weg, blij dat ik deze fantastische ervaring mocht hebben.

Het doosje Smekkies is op en ik ben al aan mijn Chocoladekikker begonnen. Mijn T-shirt heb ik al uitgedaan, mijn pyjama aan. Ik zeg jullie, lezers, dit: het park is geweldig! Het zal je niet teleurstellen, en je zult verrast worden door het prachtige oog voor detail. Als je de kans hebt om er naartoe te gaan, grijp die dan met beide handen aan! Het is ECHT de moeite, inclusief de ellenlange wachtrijen. Het is het waard!

Tom (tomhp06 op het forum van Dreuzels.com)

www.hetpelgrimshuis.nl