Actieve onderwerpenActieve onderwerpen  Toon de lijst met forumledenLedenlijst  KalenderKalender  Doorzoek dit forumZoeken  HelpHelp
  RegistrerenRegistreren  InloggenInloggen
Mme. Rommella's Voltooide Verhalen
 Het Harry Potter Forum : De Toren der Creatievelingen : De Bibliotheek : Mme. Rommella's Voltooide Verhalen
Onderwerp: • Een Klein Verschil(Onderwerp gesloten Onderwerp gesloten) Beantwoord bericht Plaats een nieuw onderwerp
Pagina  van 2 Volgende >>
Schrijver Bericht
Avana
Zwadderich
Zwadderich
Avatar
Yes, I am a H/D-shipping fairy.

Lid geworden: 30 december 2006
Online status: Offline
Berichten: 2920
bullet Onderwerp: • Een Klein Verschil
    Geplaatst op: 19 december 2012 om 16:11




Met dank aan CartoonJessie voor de prachtige banner.


Waarom had Hermelien hem niet geattendeerd op het belang van zeven?
Een nalatigheid die Harry tijdens een Toverdrankles duur komt te staan
en ook Severus Sneep wordt de dupe.
Een kleine fout met verstrekkende gevolgen.



A/N: Dit is een AU! Verhaal (wat betekent dat het zich in een Alternative Universe afspeelt); het is canon t/m boek 5, maar speelt zich af in het zevende schooljaar van Harry. De gebeurtenissen in boek 6 en 7 hebben dus nooit plaats gevonden :)
Rating: alle leeftijden, hoewel de laatste hoofdstukken toch wel het stempeltje 12+ mogen hebben, en een icoontje voor seks, hoewel er niet meer dan gezoend zal worden :')

 

Personages: Harry Potter, Severus Sneep, Hermelien Griffel, Draco Malfidus en vele anderen.

Ook voor dit verhaal gaat mijn oneindige dank naar Sonja en Jeremy voor al hun tijd en aandacht die ze als bèta-readers in dit verhaal gestoken hebben, en nog doen.
Alle overige fouten komen echter geheel voor mijn rekening ;)



Wat houdt Draco's taakstraaf in? En welke ernstige gevolgen heeft Juvie's geklungel?
Lees het in WW ho 48: De Verspilling van Jean Excellente.
IP IP gelogd
Terug naar boven
Avana
Zwadderich
Zwadderich
Avatar
Yes, I am a H/D-shipping fairy.

Lid geworden: 30 december 2006
Online status: Offline
Berichten: 2920
bullet Geplaatst op: 19 december 2012 om 16:17



Hoofdstuk 1



‘Meneer Potter, als u ook eindelijk klaar bent met opruimen dan kunnen we misschien overgaan tot de demonstratie van de gebrouwen toverdrank.’
Een snelle blik om zich heen leerde Harry dat hij absoluut niet de enige was die nog bezig was met opruimen. Hij besloot echter niet te reageren; Sneep had geen extra reden nodig om punten af te trekken in deze les.
Hoewel ze het zevende jaar begonnen waren met het herhalen van de meer gecompliceerde toverdranken die ze in het vijfde en zesde jaar geleerd hadden, waren er de afgelopen drie weken toch nog een aantal leerlingen in geslaagd de Wisseldrank te verknoeien. Maar hij niet.
Harry ruimde snel de laatste ingrediënten op en zette met een tevreden gevoel zijn flacon op het bureau van Sneep. Hij ging net weer naast Hermelien zitten toen Sneep opstond van achter zijn bureau en met een flacon in zijn hand naar voren liep.
Niet ik, dacht Harry fanatiek, alsjeblieft, niet ik!
Maar hij kon beter dan Zwamdrift voorspellen dat hij de ‘uitverkorene’ zou zijn om de Wisseldrank te demonstreren. Het zou ook nog Hermelien kunnen zijn, dacht Harry en voelde zich maar een klein beetje schuldig om die hoopvolle gedachte. Toen Harry echter opkeek en de kille blik van Sneep op zich gericht zag – een sardonisch trekje om zijn mondhoek – werd die hoop de grond in geboord.
De vraag was nu hoe erg zijn vernedering zou zijn; van wie zou Sneep een haar willen gebruiken?
Sneep sneerde. ‘Laten we eens zien hoe goed de drank van Potter gelukt is. Hij heeft niet voor niets dapperheid op zijn voorhoofd gegraveerd staan.’
Dat ontlokte gegrinnik aan de Zwadderaars, maar van de kant van de Griffoendors hoorde Harry een verontwaardigd gemompel. Vanuit zijn ooghoek zag hij Hermelien rechtop gaan zitten alsof ze iets in zijn verdediging wilde zeggen en om dat te voorkomen duwde hij voorzichtig zijn been tegen dat van haar. De opmerking was de moeite niet waard om punten voor te verliezen, vond hij. Hij had wel ergere uitspraken gehoord de afgelopen zes jaar.
Het kleine gebaar was Sneep niet ontgaan en zijn ogen schitterden voldaan. Hij zette de flacon voor Harry neer, strekte met slangachtige snelheid zijn hand uit en trok een haar van Hermelien uit voor ze haar hoofd kon wegtrekken.
‘Auw!’ Ze keek hem verontwaardigd aan en alleen een tweede duw tegen haar been zorgde ervoor dat ze haar mond hield.
Sneep negeerde de Hoofdmonitor en hield de haar even met een vies gezicht tussen duim en wijsvinger voor zich uit voordat hij hem op Harry’s tafeltje liet vallen. Opnieuw klonk er gegrinnik van de Zwadderaars.
‘Ga uw gang, meneer Potter.’
Harry staarde naar de lange bruine haar die opgekruld op zijn tafelblad lag. Op het moment dat hij zijn hand optilde, zag hij tien centimeter naar rechts nog een haar. Een rechte, zwarte haar. Harry vroeg zich of wat er zou gebeuren als hij de Wisseldrank zou drinken met zijn eigen haar erin. Waarschijnlijk niets. Behalve dan dat Sneep woedend zou worden en hij opnieuw flink wat punten zou aftrekken van Griffoendor. Misschien zou hij zelfs moeten nablijven, maar was dat het niet waard? Geen uur rond hoeven lopen als Hermelien en bovendien de Zwadderaars – en Sneep! – de kans ontnemen om hem belachelijk te maken!
‘Potter! Vanmiddag nog!’ Met ongeduldige passen liep Sneep terug naar zijn bureau.
‘Professor,’ klonk de lijzige stem van Malfidus plotseling, ‘vindt u het echt noodzakelijk dat we bij de avondmaaltijd tegen twee Griffels aankijken? Ik geloof namelijk dat mijn lunch me ook al niet goed bekomen is.’
Dat deed het hem!
Met de aandacht van Sneep bij de spottende blonde Zwadderaar, pakte Harry snel de zwarte haar terwijl hij die van Hermelien met zijn mouw van de tafel veegde.
‘Harry!’ siste ze waarschuwend naast hem.
Maar hij schudde snel zijn hoofd, trok de kurk van de flacon en propte de haar erin.
De drank begon gelijk te schuimen.
Bij het horen van het gesis draaide Sneep zich om en zodra de inhoud van de flacon een heldergele kleur had, zei hij sarcastisch: ‘Proost, Potter!’
Harry bracht het glas naar zijn lippen. Naast zich hoorde hij Hermelien scherp inademen. Terwijl hij de dikke borrelende substantie naar binnen goot, keek hij strak in de zwarte ogen van Sneep, vastbesloten om diens uitdrukking niet te missen zodra hij ontdekte dat Harry Potter hem te slim af was geweest.


‘Harry! Harry!’
Hermeliens stem kwam van ver.
Langzaam werd Harry zich van zijn omgeving gewaar. Hij vroeg zich af wat er misgegaan was met zijn Wisseldrank. Zijn rug deed zeer en tot zijn verbazing voelde hij de rand van een bureau tegen zijn wervels drukken.
Hermelien riep nog steeds, haar stem hoog van ongerustheid en hij kromp ineen. Voorzichtig bracht hij een hand naar zijn bonzende hoofd. Hij verstijfde ter plekke, zijn vingers in ongewoon plakkerig haar bij zijn slapen.
Was hij ergens ingevallen met zijn hoofd? Het zou het gebonk verklaren en het feit dat zijn bril afgevallen was. Terwijl zijn vingers langs zijn vettige haar gleden, realiseerde Harry zich opeens verschillende dingen.
Zijn hand was een stuk groter dan hij zich herinnerde en zijn haar was plotseling langer dan toen hij het die ochtend tevergeefs geprobeerd had plat te kammen. Onrustbarend dichtbij klonk opeens de bezorgde stem van Malfidus: ‘Professor, gaat het wel?’
Bezorgd? Malfidus? … Professor!?
Van een afstand hoorde hij Hermelien opgelucht zeggen: ‘Oh gelukkig, hij komt weer bij! Harry, wat dacht je te doen? Je herinnert je toch nog wel wat er kan gebeuren als je een verkeerde haar gebruikt?’
Harry vroeg zich af waarom Hermelien zo onvoorzichtig was om dat te zeggen. In het gezelschap van Sneep nog wel, die nooit had kunnen bewijzen wie er in hun tweede jaar gemalen hoorn en geraspte Boomslanghuid uit zijn kantoortje had gestolen.
De gedachte verdween op het moment dat Harry voorzichtig zijn ogen opende en recht in zijn eigen ogen keek.
Wat in Merlijns naam …?
Zijn ogen gleden over dat vertrouwde gezicht. Via het litteken op zijn voorhoofd naar het warrige zwarte haar waarvan hij er net één gebruikt had in de Wisseldrank.
Wat is er gebeurd? Wie is dat?
Verbijsterd keek hij toe hoe Hermelien met een bezorgd gezicht zijn dubbelganger overeind hield en voorzichtig het haar van zijn voorhoofd streek.
Hij wilde net vragen wat er in Goderics naam aan de hand was toen zijn aandacht werd getrokken door iemand die zachtjes aan zijn mouw trok.
Opnieuw de stem van Malfidus: ‘Professor, kan ik iets voor u doen?’
Professor?
Maar zijn hersens, hoe traag momenteel ook, waren al begonnen alle bizarre feiten op een rijtje te zetten en kwamen tot een ongelofelijke conclusie.
O nee!
Voorzichtig bewoog hij zijn hoofd en keek om zich heen. Achter Hermelien zag hij de Griffoendors bezorgd kijken naar de Harry Potter die ze vasthield.
Zijn blik gleed opzij en hij knipperde met zijn ogen; alle Zwadderaars keken hem ongerust aan. Behalve Malfidus die niet aan zijn gebruikelijke tafeltje naast Patty Park zat.
Langzaam draaide hij zijn hoofd verder naar rechts, om de bezorgde zilvergrijze blik van Malfidus te ontmoeten. Hij sloot zijn ogen; dit was zo bizar!
Toen hij ze weer opende en zijn blik omlaag liet glijden, kon hij er niet onderuit dat zijn conclusie klopte.
Het lange zwarte gewaad dat hij aan had, gecombineerd met het lange, vettige haar en de grotere hand … de hand die hij nu over zijn gezicht liet gaan, dat zo heel anders aanvoelde … de grote gebogen neus … HIJ WAS SNEEP GEWORDEN!
Merlijn op een Hippogrief!
Maar betekende dat dan dat Sneep …? Met grote ogen keek hij terug naar de Harry in Hermeliens armen. O Goderic!
Hij ontmoette zijn eigen donkergroene ogen die al net zo wijd waren en slikte.


De armen die hem overeind hielden, voelden sterk maar zorgzaam. Een gevoel waar Severus Sneep niet mee bekend was. Om zich heen hoorde hij verschillende mensen roepen, maar de betekenis drong niet tot hem door. Hij voelde zich gedesoriënteerd en duizelig en vroeg zich af wat er gebeurd was.
Was het die laatste foltervloek geweest? Was dit soms Narcissa? Maar hoewel ze een zachte kant had die ze zelden liet zien, was Narcissa te tenger om hem zolang overeind te houden.
Bovendien herinnerde hij zich dat hij zich na de laatste Dooddoenersontmoeting praktisch buiten westen had gedronken aan pijnstillende toverdranken voordat hij in zijn bed was gekropen.
Een hand streek met een teder gebaar het haar van zijn voorhoofd.
Wie kon het in Zalazars naam zijn? Poppy? Minerva? Onmogelijk!
Het voelde … vreemd. Ongekend maar prettig. Moederlijk zelfs.
Bijna terughoudend probeerde hij zijn ogen te openen. Om recht in het bezorgde gezicht van Hermelien Griffel te staren.
Wat in naam van …
Ongelovig keek hij in haar bruine ogen terwijl de armen om hem heen even verstrakten en ze opgelucht begon te praten. Iets over Harry en een verkeerde haar.
Met een ruk tilde hij zijn hoofd op om zichzelf tegen zijn bureau te zien staan met een geschokte uitdrukking die een weerspiegeling van die van hem moest zijn.
De woorden van Griffel waren duidelijk genoeg. Blijkbaar had Potter voor de zoveelste maal kans gezien zijn toverdrank te verprutsen.
Severus’ gedachten draaiden met de snelheid van een Tijdverdrijver rond.
Wat er ook aan de hand was, voorlopig mocht niemand dit te weten komen. Als de Heer van het Duister hiervan hoorde, hoefde hij Severus alleen maar te sommeren om Harry Potter in handen te krijgen en ooit hield het geluk van die jongen een keer op natuurlijk. Er waren niet altijd spiegels, zwaarden of gelijke toverstokken beschikbaar!
Non-verbaal probeerde hij Potter duidelijk te maken wat hij moest doen, maar natuurlijk was dat tevergeefs. In de ernst van het moment vergat hij bijna dat hij nog in de armen van Hermelien Griffel lag. Bijna.


Harry kon de gedachtegang van Sneep praktisch van zijn gezicht aflezen; de schok, het ongeloof, minachting (vermoedelijk tegen Harry gericht) en ongerustheid.
Dat laatste was hem niet helemaal duidelijk. En waarom was Sneep niet allang overeind gekomen om hem te vervloeken of iets even onaangenaams?
‘Pr …’ Hij brak zijn woorden abrupt af toen hij zijn eigen opengesperde ogen met paniek gevuld zag worden. Een kleine beweging met zijn hoofd … uh … Sneeps hoofd.
De mond bewoog geluidloos en Harry las ‘nablijven’ van zijn lippen.
Hij dacht even dat Sneep hem bedoelde maar de man gebaarde op zichzelf, nou ja op Harry’s lichaam, en Harry begreep dat Sneep om één of andere onbegrijpelijke reden wilde dat hij zijn mond hield.
Inwendig grijnzend dacht hij aan alle keren dat hij met de andere jongens op de slaapzaal Sneepimitaties had gedaan.
‘Potter, nablijven!’ De stem die hij gebruikte, klonk bekend. Vanuit zijn ooghoeken zag hij de Zwadderaars opgelucht rechtop gaan zitten. Malfidus liet eindelijk zijn mouw los en ging, na een laatste blik uit die zilvergrijze ogen, weer naast Patty Park zitten.
‘De rest, allemaal je spullen pakken en vertrekken. We zullen de volgende les een demonstratie geven met een beter gebrouwen drank.’ Harry sneerde erbij en de leerlingen pakten allemaal haastig hun tassen en vertrokken.
‘U ook, juffrouw Griffel.’ Hij maakte het bekende gebaar naar de deur dat hij Sneep zo vaak had zien maken.




Wat houdt Draco's taakstraaf in? En welke ernstige gevolgen heeft Juvie's geklungel?
Lees het in WW ho 48: De Verspilling van Jean Excellente.
IP IP gelogd
Terug naar boven
Avana
Zwadderich
Zwadderich
Avatar
Yes, I am a H/D-shipping fairy.

Lid geworden: 30 december 2006
Online status: Offline
Berichten: 2920
bullet Geplaatst op: 27 december 2012 om 17:27



Hoofdstuk 2



Toen Hermelien met duidelijke tegenzin het lokaal verlaten had, kwam Sneep langzaam overeind en trok zijn toverstok in een vloeiende beweging. Het zag er ongebruikelijk uit in de gedaante van Harry Potter.
Hij sloot de deur af en sprak met kille stem de Silenciospreuk uit voor hij zich omdraaide. Harry slikte moeizaam.
‘Potter, mag ik vragen wat de reden is dat je een haar van mij hebt gebruikt?’ De bijtende toon klonk niet minder indrukwekkend nu Harry’s eigen stem hem gebruikte.
Op een zachte toon, die daardoor des te dreigender was, ging hij verder: ‘En hoe is het in Zalazars naam mogelijk dat je nog niet in staat bent een drank te brouwen die elke vijfdejaars moet kennen, als je al zeven jaar Toverdranken volgt? Heb je enig idee hoe desastreus de gevolgen kunnen zijn, Potter?’ Hij spuwde de laatste woorden bijna uit.
Heel even wenste Harry dat er een spiegel in de buurt was, want een Sneep die ineen kromp, was een zicht dat weinig mensen ooit zouden zien. Behalve als je Voldemort heette misschien.
Harry wist later niet of zijn volgende opmerking veroorzaakt werd door zijn eigen – veel minder intimiderende – uiterlijk tegenover zich, of dat het een gevolg was van de teleurstelling en woede over een alweer mislukte toverdrank, maar voor hij het wist, flapte hij eruit: ‘Ja, ik begrijp dat ik voorlopig een uitstapje naar De Drie Bezemstelen wel kan vergeten!’
Oeps! Zijn eigen, groene ogen fonkelden fel, en automatisch deed Harry een stap naar achteren. Sneep ademde zwaar. Hij leek op het punt te staan om flink uit te varen, maar het volgende moment zei hij, opnieuw met die schijnbaar kalme stem: ‘Wat denk je dat er gebeurt als de Heer van het Duister nu zijn volgelingen oproept?’
Harry – die het afgelopen jaar steeds meer op de hoogte was gebracht van Orde-zaken en Sneeps rol voor Perkamentus, keek de ander verschrikt aan. Onbewust greep hij naar zijn linkeronderarm, waar zich het Duistere Teken van Sneep bevond.
‘Precies, Potter! En wat denk je dat er gebeurt als hij ontdekt wiens ziel er in het lichaam van zijn trouwe volgeling huist?’
‘Dan gaat u … ik … uh … toch gewoon niet?’ reageerde Harry naïef.
‘Dwaas!’ sneerde Sneep. ‘Geen gevolg geven aan zijn oproep is hetzelfde als je eigen doodvonnis tekenen. Of het mijne, als we de gevolgen van jouw mislukte Wisseldrank snel ongedaan kunnen maken. Ben je Igor Karkarov vergeten? Als hij roept, gehoorzaam je als Dooddoener!’
Harry had plotseling het gevoel alsof alle lucht uit zijn longen werd geperst. Het werd licht in zijn hoofd en hij had het ineens benauwd. Duizelig door de ernst van de situatie liet hij zich op een houten bank vallen. De plaats waar Malfidus altijd zat, ironisch genoeg. Het was niet ruim voor iemand met Sneeps postuur, maar dat interesseerde hem op dit moment weinig.
‘Wat moeten we doen?’ vroeg Harry en Sneeps stem klonk vreemd wanhopig.
Sneep zelf was duidelijk gewend om snel te denken in crisissituaties – want dat was dit wel, vond Harry – en hij reageerde dan ook meteen.
‘Het belangrijkste is om dit stil te houden voor iedereen. En met iedereen bedoel ik letterlijk iedereen, Potter! Inclusief de andere leden van het illustere trio.’ Het laatste woord klonk als een vloek. Voor Harry kon reageren, ging Sneep weer verder: ‘Dat betekent dat we de schijn op moeten houden, terwijl ik uitzoek hoe je in Merlijns naam die Wisseldrank zo hebt kunnen verprutsen, en een oplossing bedenk.’
De schijn ophouden?
Toen het tot hem doordrong wat de Toverdrankenprofessor precies bedoelde, vlogen zijn ogen wagenwijd open en hij keek Sneep verbijsterd aan.
‘Ja, Potter,’ verklaarde Sneep zuur, ‘jij mag je de komende dagen in de kerkers ophouden, terwijl ik moet zien te overleven tussen het rood en goud van Griffoendor.’


o~0~O~0~o


‘Maar Wisseldrank?’ zei Ron ongelovig. ‘Daar moet Harry toch geen moeite meer mee hebben? Dat zou zelfs Marcel nog voor elkaar krijgen!’
‘Hee!’ klonk het verontwaardigd naast Hermelien aan de tafel van Griffoendor, maar niemand anders leek het te horen. Ook Hermelien had voor een keer iets belangrijkers aan haar hoofd dan Marcels gekwetste gevoelens.
‘Ik probeerde hem nog te waarschuwen, maar wanneer luistert Harry – ?’
Ginny viel haar in de rede en ook zonder haar aan te kijken kon Hermelien haast horen hoe ze met haar ogen rolde.
‘Ja, Hermelien, dat heb je ons al vier keer verteld. Maar normaal zou er niets aan de hand zijn als je een eigen haar gebruikt.’
‘Sinds wanneer doet Harry iets op een normale manier?’ bracht Simon in.
Het lachsalvo dat volgde, trok de aandacht van de leerlingen aan de overige afdelingstafels. Malfidus keek hen vuil aan voordat zijn aandacht afgeleid werd. Hermelien volgde zijn blik en zag Sneep de Grote Zaal binnenkomen.
Ah, dan zal Harry ook zo wel komen, dacht ze.
Ze observeerde Sneep; het was een onschuldig tijdverdrijf om aan de hand van zijn uitdrukking in te schatten hoeveel strafwerk hij ging geven, of had gegeven. In het laatste geval keek hij altijd een stuk minder nijdig, zeker als een Griffoendor de dupe was geweest.
Fronsend volgde ze hem. Sneep leek een moment de Oppertafel te willen passeren, bedacht zich blijkbaar en draaide zich toen onhandig rond, om uiteindelijk naast professor Stronk plaats te nemen. Vreemd.
Hermeliens aandacht werd getrokken door Harry die de Grote Zaal betrad. Zijn ogen schoten heen en weer tussen de tafel van Griffoendor en de Oppertafel voordat hij aarzelend zijn weg zocht naar zijn klasgenoten. Hermelien vroeg zich af wat er in Merlijnsnaam gebeurd was na de Toverdrankenles.
‘Hé, Harry! Wat was het vonnis?’ grapte Simon.
‘Je was Sneep mooi te slim af, maat,’ bracht Ron triomfantelijk naar voren, want dat was in zijn opinie het beste deel van het verhaal. Marcel wilde weten of Harry een buil had overgehouden aan zijn val, en Daan was net als zijn Ierse vriend benieuwd welke straf Sneep gegeven had.
‘Genoeg, jongens! Laat Harry eerst eens even bijkomen van zijn onderonsje met Sneep,’ riep Ginny vermanend.
Tot Hermeliens heimelijke genoegen, hield iedereen gelijk zijn mond, beducht voor Ginny’s Vleddervleervloek, en keek afwachtend naar Harry.

Severus zat met een zwaar kloppend hoofd tussen de Griffoendors en vroeg zich af of hij zich niet beter gelijk aan de Heer van het Duister kon overgeven. De aanblik van het volle bord dat Griffel voor haar ‘vriend’ had opgeschept en dat hij werd verondersteld te eten, maakte hem misselijk. Het onnozele tienergeklets om hem heen voelde alsof Foppe een kabinet met glazen voorraadflessen had laten vallen. Van grote hoogte. Op zijn hoofd. Het meest vervelende was echter zijn linkerhand. Die tintelde sinds Griffel hem beetgepakt had en naast zich getrokken had. Hij vroeg zich opeens vol afschuw af of Potter en Griffel een stel waren. Maakte de Griffoendor met Griffel uitstapjes naar Zweinsveld?
Hij wreef onder de tafel even zijn handen over elkaar en wierp een nijdige blik naar Potter die er vrij ongemakkelijk bijzat naast Pomona. Gelukkig waren zijn eigen acteerprestatie een stuk beter.
‘Alles goed, maat?’ sprak Wemel met halfvolle mond.
Maat? Wat is dat in Zalazars naam voor een uitdrukking? Hij kon hem sowieso enkel verstaan dankzij de jarenlange gesprekken van Hagrid.
‘Je ziet er een beetje wit uit.’ Severus vloekte inwendig toen alle ogen aan tafel zich weer op De Uitverkorene richtten. Op hem dus.
‘Hoofdpijn,’ mompelde hij.
‘Oh, Harry, misschien kun je beter even naar madame Pleister gaan,’ bracht Griffel gelijk naar voren. ‘Wie weet wat voor onopgemerkt effect die Wisseldrank heeft.’
‘Ja, wie weet,’ reageerde Severus effen. Hij greep Potters tas en zei: ‘Ik ga gelijk wel even.’
‘Maar je hebt nog niets gegeten, Harry!’
‘Sorry, geen trek,’ mompelde hij lijdzaam, zoals hij verwachtte dat Potter zou doen om het medelijden van zijn mede-Griffoendors te wekken.
Lubbermans keek hem vreemd aan, maar Filister riep: ‘Wat was je straf nou, Harry?’
‘Elke dag nablijven,’ zei Severus kortaf, stond op en liep snel naar de uitgang terwijl achter hem een opgewonden gemompel losbarstte.

Aan de Oppertafel probeerde Harry de vragen van professor Stronk te ontwijken. Pomona, herinnerde hij zichzelf, want ze had hem erg vreemd aangekeken toen hij haar bij haar titel aansprak. Hij blikte langs de rij professoren en sneerde voor de goede orde terwijl hij bedacht dat hij onder geen beding zijn afdelingshoofd Minerva zou kunnen noemen. Ze keek hem vragend aan en hij wendde snel zijn gezicht af om opnieuw oog in oog met Pomona te komen.
‘Wat zijn jouw ervaringen met tweejarige Sodejusbonen, Severus?’
Harry dacht koortsachtig na en reageerde toen kortaf: ‘Het effect van tweejarigen hangt af van de weersomstandigheden tijdens de oogst, en natuurlijk van de bekwaamheid van degene die ze prepareert.’
Pomona leek niet te weten of ze net beledigd was – het effect dat Harry wilde bereiken – en zweeg.
Harry greep de gelegenheid aan om zijn blik door de Grote Zaal te laten gaan. Diverse leerlingen wendden onmiddellijk hun hoofd en sommigen begonnen samen te fluisteren. Onzeker vroeg hij zich af of hij iets deed wat vreemd was voor Sneep of dat de man altijd dit gedrag veroorzaakte.
Toen zijn ogen over de tafel van Zwadderich gleden, ontmoetten ze tot zijn verwondering weer die grijze ogen van Draco Malfidus. De Zwadderaar sloeg hem bezorgd gade, maar toen Harry het aandurfde om één van Sneeps wenkbrauwen vragend op te trekken, ontving hij een aarzelend glimlachje.
Het was een vreemde gewaarwording. Draco Malfidus naar hem te zien glimlachen was op een bepaalde manier nog absurder dan Sneeps sneer op zijn eigen gezicht te zien. Waarschijnlijk omdat hij er in het laatste geval direct aan herinnerd werd wat er gebeurd was.
Nu voelde hij zich echter gewoon Harry. Harry Potter die een glimlach van Draco Malfidus kreeg. Bizar. Hij wendde zijn blik abrupt af en schoof wat met zijn eten over zijn bord. Hij had besloten dat hij later wel wat in de keuken zou gaan halen want het zou natuurlijk erg ongepast zijn als professor Sneep iets zou morsen onder het oog van een paar honderd leerlingen. Niet dat Harry ook maar iets gaf om de reputatie van de man, maar het zou waarschijnlijk ongewenste aandacht oproepen.
Zijn aandacht werd gevangen door rumoer aan de tafel van Griffoendor. Hij zag dat hij – Sneep – probeerde op te staan van tafel terwijl alle aandacht op hem gericht was. Hij keek als een hert dat gevangen zat in de koplampen, reageerde blijkbaar op iets wat Simon vroeg, en vluchtte toen praktisch de Grote Zaal uit.
Jeetje, over in je rol blijven gesproken, dacht Harry meesmuilend. Zo zou hij het nog geen dag volhouden voordat Hermelien door zijn uiterlijke vernisje heen keek. Die gedachte bracht Harry echter bij de volgende dag. Hij verbleekte voelbaar bij het idee dat hij les zou moeten geven aan klassen vol leerlingen die bij voorbaat al een hekel aan hem hadden, over een onderwerp waar hij zelf in faalde, zoals Sneep hem keer op keer verzekerde.
Gelukkig – hij snoof inwendig om zijn eigen woordkeus – zou hij Sneep straks nog zien en tips krijgen. Het afgesproken voorwendsel dat Harry elke avond voor strafwerk naar Sneep moest, was gelukkig geloofwaardig genoeg. En de man hoefde echt niet neerbuigend te doen, want hij moest zelf eerst maar zien dat hij zich kon redden op de jongensslaapzaal met Ron, Marcel, Simon en Daan.
Als er niet zoveel van afgehangen had, zou hij graag een onzichtbare toeschouwer zijn geweest. Gelukkig had hij vanmiddag op tijd aan zijn mantel gedacht, en aan de rest van zijn privébezittingen, die hij op advies van Perkamentus tegenwoordig overal met zich meenam. Hermelien had hem zelfs de spreuk geleerd om zijn bezittingen te minimaliseren, zodat hij zo nodig op elk moment de klas uit kon lopen. Hetzij om in veiligheid gebracht te worden, om te trainen, of wanneer de strijd tegen Voldemort begon.
Toen Sneep hem kort afgemeten had gezegd dat hij eerst nog wat uit zijn bureau en werkkamer nodig had voordat Potter met zijn handen aan zijn spullen zat, had Harry bedacht dat hij ook nog heel wat dingen in zijn tas had zitten waarvan hij niet wilde dat Sneep ze zou zien.
‘Ik begreep dat er tijdens Toverdranken weer een ongelukje plaatsvond, Severus?’ vroeg professor Anderling zijn aandacht.
Oh help!
‘Ja, Potter probeerde de klas weer eens op stelten te zetten,’ zei Harry met zijn beste Sneepsneer. Professor Anderling kneep geërgerd haar lippen op elkaar.
‘Kom kom, Severus,’ zei professor Perkamentus en keek Harry met twinkelende ogen aan. ‘Ik weet zeker dat je wat meer begrip voor Harry zou opbrengen als je een poosje in zijn schoenen zou moeten lopen.
Harry staarde het schoolhoofd verbijsterd aan, maar de man zei verder niets en begon een gesprek met Zwamdrift.



Wat houdt Draco's taakstraaf in? En welke ernstige gevolgen heeft Juvie's geklungel?
Lees het in WW ho 48: De Verspilling van Jean Excellente.
IP IP gelogd
Terug naar boven
Avana
Zwadderich
Zwadderich
Avatar
Yes, I am a H/D-shipping fairy.

Lid geworden: 30 december 2006
Online status: Offline
Berichten: 2920
bullet Geplaatst op: 03 januari 2013 om 16:02



Hoofdstuk 3



Severus keek vol afkeer naar de dikke vrouw die hem vriendelijk toeknikte.
‘Het wachtwoord, m’n jongen?’ herhaalde ze.
Het was niet dat hij het niet wist; hij had tenslotte alle noodzakelijke informatie om de komende vierentwintig uur te overleven uitgewisseld met Potter. Nee, hij probeerde zich mentaal voor te bereiden op alles wat Griffoendor was.
‘Als je het niet weet, zeg het dan,’ zei de Dikke Dame nu geïrriteerd, ‘dan ga ik nog even bij mijn vriendin op visite.’
Severus vertelde zichzelf dat een overdosis rood en goud nauwelijks erger kon zijn dan deze diva en gaf haar het wachtwoord.
Veel te snel draaide het portret opzij en moest Severus constateren dat een avond bij die diva toch te prefereren leek boven een uur in de kamer die hij nu voor zich zag. Het was echter te laat om terug te stappen.
‘Harry,’ riep Ginny Wemel waardoor praktisch elk hoofd zich in zijn richting draaide.
Severus probeerde niet te sneren – echt waar – maar dat was onmogelijk. Net als tijdens het diner werd hij begroet door tientallen stemmen, die hem in alle toonaarden vroegen hoe zijn strafwerk bij die ‘verschrikkelijke, vettige Sneep’ was geweest. Voor hij zich kon weerhouden, rolde hij met zijn ogen. Gelukkig werd het gezien als Potters mening over de avond.
Severus vroeg zich af waarom het in Merlijnsnaam zoveel moeilijker was om een rol te spelen voor deze Griffoendors dan voor de Heer van het Duister.
Hij mompelde wat als antwoord en begon in de richting te lopen die Potter hem aangeduid had.
‘Kom je niet nog even bij ons zitten, Harry?’ vroeg Ginny Wemel op teleurgestelde toon. Ze keek hem met grote kalverenogen aan en speelde onschuldig met haar lange, rode haren. Gelijk begonnen er verschillende alarmbellen te rinkelen. Hij dwong zichzelf te glimlachen – oké, grimlachen. ‘Sorry, ik ben echt moe?’
Blijkbaar was hij geloofwaardig want ze glimlachte terug en antwoordde: ‘Oké, welterusten, Harry.’
De laatste woorden leken te echoën door de leerlingenkamer toen een koor van Griffoendors haar groet herhaalde. Wemels stem bromde: ‘Truste, maat!’
Aargh, weer dat verschrikkelijke woord, dacht hij terwijl hij zo nonchalant mogelijk zijn weg zocht naar de trap die naar de jongensslaapzaal zou moeten leiden.
Hij miste nu al de afzondering van zijn vertrekken in de kerkers, ondanks dat hij daar regelmatig werd lastiggevallen door zijn leerlingen. Zijn mondhoeken plooiden tot een duivels lachje bij de gedachte aan Potters reactie op dat ongewenste bezoek. Zolang de Griffoendor in zijn rol bleef, mocht hem wat Severus betreft echter het vuur aan de schenen worden gelegd.
Terwijl hij de trap opliep, troostte hij zichzelf met de gedachte dat het vast nog even zou duren voor de Griffoendors naar bed gingen. Toen hij de deur in de slaapzaal opende, was hij er dan ook niet op voorbereid om aangevallen te worden. Zijn hand ging al automatisch naar zijn binnenzak toen voor zijn voeten een kussen neerplofte.
‘Oeps, sorry Harry, ik miste Simon,’ grinnikte Lubbermans naast een van de bedden. Filister schoot weg vanachter de deur en griste het kussen mee dat voor Severus’ voeten lag.
‘Oh, Zalazar,’ kreunde Severus inwendig terwijl hij gepijnigd glimlachte en zich te midden van al het kabaal probeerde te herinneren wat Potters bed zou moeten zijn. Toen hij zich uitgeput op het bed liet vallen – te moe om zich nog druk te maken om het eventuele gebrek aan hygiëne van Potter – riep Tomas: Je gaat toch nog niet slapen, Harry?’
Opnieuw zei Severus: ‘Sorry, ik ben moe.’ Het klonk een stuk minder oprecht dan tegen de jongste Wemel. ‘Het was een lange dag,’ voegde hij er aan toe, en daar was geen woord van gelogen.
Filister gooide een kussen naar Lubbermans, terwijl hij plagend riep: ‘Ah, heeft Sneep je uitgeput?’
Pardon?
‘Of heb je een trauma opgelopen toen Hermelien je in haar armen opving?’ ging Tomas verder.
Severus voelde het bloed naar zijn wangen stijgen bij die herinnering. Maar Filister riep: Ja, wij weten nu tenslotte dat je liever wat minder vrouwelijke armen om je heen zou voelen.’
‘Om het niet te hebben over een meer gespierde borstkas,’ vulde Tomas grijnzend aan.
WAT? Zelfs de dreiging van een meervoudige martelvloek kon de geschokte uitdrukking niet van Severus’ gezicht vegen. Potter viel op – ?
‘Hé, stoppen, jongens,’ klonk het opeens rustig, maar vastberaden.
Tot Severus’ verbazing was het Lubbermans die in het midden van de slaapzaal stond en gebiedend zijn hand ophield.
‘Als Harry wil slapen, is dat geen probleem. Merlijn, ik zou uitgeteld zijn na zo veel uur met Sneep op een dag.’ Hij grinnikte om zijn eigen woorden. ‘Maar in ieder geval dacht ik dat we hadden afgesproken dat we Harry’s geheim niet alleen binnen de muren van deze slaapzaal zouden houden, maar hem er ook niet mee zouden plagen.’
Hij keek Tomas en Filister één voor één aan en Severus keek verbaasd naar de zelfverzekerde Griffoendor die daar stond, in wie hij nauwelijks de onhandige, verlegen Lubbermans herkende. De twee andere jongens grinnikten verontschuldigend naar Severus en gooiden toen een kussen naar elkaar. Severus staarde nog steeds met grote ogen naar Lubbermans. Die haalde even grinnikend zijn schouders op en draaide zich om naar zijn bed.
Severus sloot een moment zijn ogen in een poging deze hele waanzinnige toestand te bevatten. Hier was hij dan als Potter, terwijl hij niets liever wilde dan onderzoek doen naar een tegendrank. Maar uit veiligheidsoverwegingen moest hij nu gaan slapen tussen deze idiote Griffoendors, die elkaar met kussens bekogelden, dachten dat hij homo was, en naar hem grinnikten.
O Zalazar, Potter zou toch niets met Lubbermans hebben? In dat geval vermoord ik hem. Lubbermans. En Potter breng ik met een strik om naar de Heer van het Duister. Zodra we teruggewisseld zijn natuurlijk.
Hij zuchtte, stond op om een pyjama te zoeken en ging naar de badkamer.


o~0~O~0~o


Harry zuchtte vermoeid toen er alweer op de deur van Sneeps privévertrekken werd geklopt. In plaats dat hij eens even rustig deze hele Wisseldranksituatie kon overdenken, kwam de ene na de andere jonge Zwadderaar advies vragen aan zijn afdelingshoofd. Het kostte hem weinig moeite om niet uit de rol van snerende, chagrijnige leraar te vallen, hoewel de meeste Zwadderaars daar helemaal niet zo van onder de indruk leken.
Hij rukte de deur open, klaar om een eerste- of tweedejaars uit te foeteren omdat ze allang niet meer op de gangen mochten zijn. Tot zijn verbijstering stond daar Draco Malfidus die met een brede grijns langs hem heen naar binnenstapte.
‘Goedenavond, oom Severus. Al een beetje bekomen van Potters knoeiwerk?’
Oom Severus? Wat heeft dit in Goderics naam te betekenen?
Harry keek ontsteld toe hoe Malfidus in een fauteuil ging zitten en nonchalant zijn linkerenkel op zijn rechterknie legde.
‘Malfidus?’ piepte Harry.
De Zwadderaar trok een blonde wenkbrauw op en keek Harry bevreemd aan. ‘Malfidus, oom Severus?’ vroeg hij. ‘Volgens mij heeft u echt last van die verprutste Wisseldrank.’
Oh ja, shit.
‘Grappig, Draco,’ verbeterde Harry zichzelf, ‘alsof ik me laat beïnvloeden door Griffoendors.’ De voornaam voelde vreemd op zijn tong. Draco lachte echter gerustgesteld en Harry haalde opgelucht adem.
Vervloekte Sneep, om hem hier niet op voor te bereiden.
Als Sneep echt de oom van Malfidus was, dan zou hij zo door de mand vallen. Hij kon zich niet herinneren een Sneep gezien te hebben op Sirius’ wandtapijt, maar waren tenslotte niet alle puurbloedfamilies aan elkaar gerelateerd?
Hij overwoog om Malfidus wat te drinken aan te bieden, maar realiseerde zich gelukkig net op tijd dat hij geen flauw benul had waar alles stond. Stijfjes liep hij naar de andere fauteuil en ging langzaam zitten. Malfidus keek hem ietwat bezorgd aan. De blik herinnerde Harry aan het moment nadat hij de Wisseldrank ingenomen had. Hij schraapte zijn keel en vroeg: ‘En...?’ in de hoop dat de ander wat duidelijkheid zou geven over deze situatie.
Malfidus keek wat verontschuldigend en zei: ‘Sorry, oom Sev, ik weet dat ik meestal niet op een doordeweekse avond langskom, maar ik wilde even weten of u geen last meer had van het gebeuren tijdens de les.’
Harry knipperde met zijn ogen en vroeg zich af of Malfidus soms ook met iemand van lichaam had gewisseld want dit was absoluut niet hoe hij de Zwadderaar kende.
‘Ik voel me prima, Draco,’ zei hij.
Toen Malfidus opstond en naar een kast liep, sloot Harry een moment zijn ogen. Hij hoorde gerinkel van glazen, maar werd meer dan verrast door een hand op zijn schouder, en een stem die van dichtbij zei: ‘Alsjeblieft, oom Sev!’
Hij probeerde het glas rustig aan te pakken, maar ontdekte dat zijn hand een beetje trilde. Malfidus ging zitten, reikte naar zijn eigen glas en hief het omhoog. Harry echode het gebaar, geen benul wat hij moest zeggen.
Malfidus’ uitdrukking werd serieus toen hij op plechtige toon zei: ‘Op vrijheid!’
Vrijheid? Welke vrijheid?
Harry wist niks anders te doen dan te herhalen: ‘Op vrijheid!’
De oprechte glimlach die Draco hem schonk, had absoluut niets te maken met het lichte gevoel in zijn hoofd. Dat kwam enkel omdat hij niet gewend was aan Elfenwijn.



Wat houdt Draco's taakstraaf in? En welke ernstige gevolgen heeft Juvie's geklungel?
Lees het in WW ho 48: De Verspilling van Jean Excellente.
IP IP gelogd
Terug naar boven
Avana
Zwadderich
Zwadderich
Avatar
Yes, I am a H/D-shipping fairy.

Lid geworden: 30 december 2006
Online status: Offline
Berichten: 2920
bullet Geplaatst op: 10 januari 2013 om 16:34
 


Hoofdstuk 4



Hermelien sloeg Harry de volgende dag bezorgd gade. Hij gedroeg zich anders dan anders, maar het was moeilijk om precies aan te geven wat haar opviel.
Af en toe leek het alsof hij gedesoriënteerd was, maar toch kon hij precies zijn weg vinden in het kasteel. Het was alsof hij een heel specifieke vorm van geheugenverlies had, maar toch wist hij precies wie iedereen was en voor welke vakken hij huiswerk moest maken. Het vreemdste was nog wel zijn reactie op haar. Ze was gewend dat Harry haar ontweek of haar wat geërgerd aankeek als ze – zoals hij dat noemde – weer eens moeder Hen speelde. Maar elke keer als hij nu merkte dat ze hem bezorgd gade sloeg, verwijdden zijn ogen zich en leek hij niet weg te kunnen kijken. En als ze hem vroeg wat er was …
Merlijn, hij begon praktisch te blozen en te stotteren als ze het woord nog maar tot hem richtte.

‘Volgens mij heeft Harry een oogje op je,’ verklaarde Belinda.
Hermelien was na de laatste les gelijk doorgelopen naar de slaapzaal om haar boeken voor maandag klaar te leggen. Bij het horen van die woorden bleef ze abrupt in de deuropening staan. Ze beet op haar lip. Belinda was niet haar favoriete persoon om in vertrouwen te nemen, maar ze wist ook niet goed wie ze anders om advies zou kunnen vragen. Ginny – degene met wie ze normaal gesproken alles besprak, was nooit over haar eigen verliefdheid voor Harry gekomen. Ze hoopte tegen alle hoop in en het zou te pijnlijk zijn als Hermelien juist tegen haar over Harry’s gedrag zou beginnen. Haar tweede keus zou Ron zijn, maar dat voelde zo mogelijk nog vreemder. Gedeeltelijk vanwege de vriendschap tussen hen drieën maar ook door het feit dat zij en Ron vorig jaar een aantal maanden waren samen geweest voor ze besloten dat ze beter vrienden konden blijven.
‘Ik denk dat het door dat incident met de Wisseldrank komt,’ reageerde ze tenslotte.
Ze sloot de deur en liep naar haar eigen bed.
‘De Wisseldrank? Er was toch niets gebeurd? Geniaal trouwens om zijn eigen haar te gebruiken. Stel je voor dat hij in jou was veranderd,’ giechelde Belinda. ‘Niet dat daar iets mis mee is natuurlijk,’ zei ze snel toen Hermelien fronste. ‘Wil je zeggen dat het je niet is opgevallen hoe hij naar je kijkt, en je tegelijkertijd lijkt te ontwijken?’ Ze klonk verbaasd alsof ze niet kon voorstellen dat een meisje dat soort signalen zou missen.
Hermelien voelde haar wangen warm worden bij die vraag. Als het Belinda opviel, hoeveel anderen hadden er dan iets gemerkt? En betekende het dat het echt geen verbeelding van haar kant was?
Er verschenen spontaan kuiltjes in Belinda’s wangen bij het zien van haar ongemak.
Hermelien schudde haar hoofd. ‘Misschien is hij gewoon moe? Of misschien heeft hij last van zijn litteken.’ Ze zocht naar strohalmen, wist ze.
Belinda keek haar afwachtend aan, maar toen ze bleef zwijgen, zei ze: ‘Misschien is hij opeens anders naar je gaan kijken, nu je beschikbaar bent. Toen je vorig jaar samen met Ron was, was je verboden terrein en nu heeft hij misschien ontdekt dat hij je leuk vindt.’ Ze haalde haar schouders op alsof ze wilde zeggen dat dat kon gebeuren.
Hermelien keek haar met opengesperde ogen aan, terwijl haar gedachten alle kanten opvlogen. Zou Harry me echt …? Het zou wel zijn gedrag verklaren van de afgelopen dagen. Maar die Wisseldrank dan, het was te toevallig dat het samenviel.
‘De grote vraag is natuurlijk of jij hem ook leuk vindt,’ liet Belinda toen een Mestbom vallen.
Hermeliens mond bewoog op en neer als een meermin op het droge.
‘Misschien vind je een antwoord in je geliefde bibliotheek,’ zei Belinda plagend terwijl ze opstond en in de badkamer verdween.
Hermelien bleef verbijsterd achter, denkend over Belinda’s opmerking. Wat vond ze van Harry? Harry was gewoon haar vriend, bijna een broer. Dat was hij altijd geweest. Hoe zit het dan met die kriebels die je vandaag steeds voelde? klonk haar geweten.
Ze beet in haar lip en dacht terug aan de momenten dat Harry haar zo intens had aangestaard. Zijn ogen leken iets verborgen te houden, had ze gedacht. Er was iets in die diepten geweest dat haar aangetrokken had. Iets dat haar een comfortabel gevoel had gegeven, juist omdat Harry als familie voelde.
Maar dat was hij niet, klonk het weer irritant. Geërgerd schudde ze haar hoofd en pakte haar tas. Ze besloot alvast iets aan haar Toverdrankenhuiswerk te doen. Ze hoefde geen Waarzeggerij te volgen om te weten dat Sneep maandag extra geïrriteerd zou zijn.


o~0~O~0~o


Ook Draco hield de hele dag iemand in de gaten. Omdat ze op vrijdag geen Toverdrankles hadden, zag hij zijn peetoom enkel tijdens de maaltijden. Hoewel hij zich de vorige avond gerustgesteld gevoeld had, kwamen in de ochtend de twijfels terug. Sinds wanneer had oom Severus hem Malfidus genoemd? Zelfs in de klas was hij nog altijd meneer Malfidus. En sinds wanneer was hij zo schichtig – Draco kon geen ander woord bedenken – in de buurt van zijn peetzoon? Het viel ook vandaag op dat oom Sev praktisch niets at tijdens de maaltijden en dat baarde hem zorgen.
De man was al mager genoeg. Hij besloot die avond wat eten mee te nemen als hij langs zou gaan.
Om toch iets te doen, hield hij tijdens de lessen die hij met de Griffoendors deelde, Potter in de gaten. Ook hij leek niet helemaal zichzelf, hoewel dat bij dat warhoofd moeilijk te zeggen viel. Tot zijn verbazing merkte Draco dat er af en toe spanningen leken te zijn tussen Potter en Griffel. Waarschijnlijk zou het niet opgevallen zijn, als hij Potter niet in de gaten hield, maar af en toe keken ze elkaar aan als een stel derdejaars Huffelpufs die voor het eerst met iemand naar Zweinsveld gingen. Vreemd!


o~0~O~0~o


Harry was bijna opgelucht toen het tijd was voor zijn strafwerk met Sneep. Sneep had hem gisteravond wellicht voorbereid op het geven van theoretische lessen, en hij had geen gecombineerde Griffoendor-Zwadderich klas, maar hij was finaal afgepeigerd.
Gelukkig begon het weekend bijna; Harry was van plan om minstens zestien uur in zijn bed door te brengen. Hij grijnsde bij de gedachte dat Sneep absoluut niet zou kunnen uitrusten. Hij kon niet wachten tot hij het de man kon vertellen.
‘Wat?’ siste Sneep tussen opeengeklemde kaken. Harry had de indruk dat hij het liefst zou gaan schreeuwen. ‘Waarom zou ik met Wemel en Griffel op stap moeten? Ik zeg gewoon dat ik te moe ben!’
Harry schudde zijn hoofd. Hij probeerde het leedvermaak van zijn gezicht te vegen. ‘Ron en Hermelien verwachten dat ik mee ga. We gaan altijd samen.’
Sneep leek daar tegenin te willen gaan, maar Harry vervolgde: ‘Als u niet wilt dat Hermelien argwanend wordt en u op uw huid gaat zitten, kunt u niet op Zweinstein blijven.’
Hij zag een rilling door Sneeps lichaam gaan bij die woorden en vroeg: ‘Of is ze al achterdochtig?’
Hij keek twijfelachtig naar zijn eigen gezicht, dat misprijzend terugkeek.
‘Maak je over juffrouw Griffel maar geen zorgen, Potter. Ik heb alles prima onder controle.’
Harry zag echter dat zijn ogen wegkeken.
‘Maar ..,’ begon hij om gelijk weer in de rede gevallen te worden door Sneep. ‘Verwacht niet dat je zelf de hele dag kunt luieren, Potter! Waarschijnlijk is het je ontgaan dat ‘professor Sneep’ op de lijst staat van leraren die dit weekend toezicht in Zweinsveld moeten houden.’
Hij keek uiterst voldaan naar Harry die ongelovig naar hem staarde.
‘Wat? Nee, absoluut niet,’ zei hij stellig. ‘Ik ruil wel met één van de leraren.’
‘Geen kans op, Potter,’ zei Sneep vol leedvermaak. ‘Dat heb ik al zo vaak gedaan dat Perkamentus de staf verboden heeft nog met me te ruilen.’
Harry keek hem argwanend aan.
‘Daar kom ik dus mooi onderuit,’ zei Sneep met een grijns.
Harry sneerde, maar zei toen: ‘In ieder geval ben ik een keer verlost van het uitdelen van handtekeningen, en niet te vergeten, van de fotografen.’
Sneep verbleekte. Nu was Harry degene die duivels lachte.
Met samengeknepen lippen, zei Sneep: ‘Dan is het een goed idee om elkaar beter op de hoogte te stellen.’
Harry lachte inwendig om Sneeps reactie. Gelukkig viel het best mee met de fotografen en dergelijke. De laatste opmerking deed echter een belletje rinkelen.
‘Waarom heeft u niet gezegd dat Draco Malfidus uw neef is?’ zei hij verontwaardigd.
‘Waarom heb je niet gezegd dat je op jongens valt?’ siste Sneep gelijk terug.
‘Wat?’
Geschokt staarde Harry naar Sneep, die hem afkeurend aankeek.
‘Dat gaat u helemaal niks aan!’ reageerde hij fel.
Het gezicht tegenover hem vertrok van woede toen Sneep antwoordde: ‘Je vind het niet nodig om me te waarschuwen dat ik in mijn slaap door Griffoendors gemolesteerd kan worden?’
Harry zag wit van woede. Hij wilde op dat moment niets liever dan zijn eigen gezicht verbouwen. De opmerking deed hem te veel denken aan de ongelofelijk hatelijke, discriminerende uitspraken van oom Herman en Dirk.
Hij draaide zich om en kneep zijn ogen dicht, niet van plan om Sneep te laten merken hoeveel effect die opmerking had, zo kort nadat hij zijn vrienden eindelijk de waarheid had durven vertellen.

Severus zuchtte zacht. Hoe kwam het toch dat Potter hem altijd zijn geduld deed verliezen, zodat hij wilde uithalen en kwetsen?
Hij wist wel waardoor het kwam natuurlijk, maar kijken naar de verslagen houding van de Griffoendor deed hem meer aan Lily denken, dan aan James.
Hij kuchte en bracht toen stijfjes uit: ‘Neem me niet kwalijk, dat was enigszins ongepast, Potter!’
De jongen draaide zich abrupt om en het was raar om zijn eigen ogen met zoveel emotie te zien glanzen. Severus keek de ander verdedigend aan, alsof hij hem waarschuwde niet de spot met zijn verontschuldiging te drijven. Het was even stil en toen knikte Potter kort.
‘Malfidus’ oom?’ vroeg hij enkel. ‘Kan ik meer onverwachte onthullingen of bezoekjes verwachten?’
‘Peetoom,’ zei Severus kort. Hoewel het moeite kostte, slaagde hij erin de verklaring zonder sarcastische opmerking gepaard te laten gaan. Van zijn kant deed Potter ook niets om hem te provoceren.
Na een korte stilte bekende de Griffoendor: ‘Het is waar.’
Bij Severus’ vragende blik, fronste hij even zijn wenkbrauwen, maar verklaarde tenslotte: ‘Dat ik…. dat ik op jongens val.’
Hij vervolgde kleintjes: ‘Enkel Ron, Marcel, Daan en Simon weten het en dat wil ik graag nog even zo houden.’
Zijn eigen ogen keken hem smekend aan, en Severus knikte kort.
In een poging de situatie minder gênant te krijgen, ging hij op zakelijke toon verder: ‘Dus we moeten morgen allebei naar Zweinsveld.’ Hij sneerde een moment.
Potter grinnikte.
‘Als jij nu even uit de weg gaat zitten, dan kan ik verder zoeken naar een oplossing voor dit’ – zijn hand gebaarde tussen hen – ‘probleem.’
Potter keek gelijk weer ernstig en deelde mee dat hij nog wat schoolwerk na te kijken had. Hij pakte zijn tas van de grond om zijn boeken te pakken, maar vond het nodig om hem nog even te adviseren: ‘Als jullie bij Zacharius zijn, moet u opletten dat Ron niet al zijn geld uitgeeft voor zijn vriendinnetje.’


Wat houdt Draco's taakstraaf in? En welke ernstige gevolgen heeft Juvie's geklungel?
Lees het in WW ho 48: De Verspilling van Jean Excellente.
IP IP gelogd
Terug naar boven
Avana
Zwadderich
Zwadderich
Avatar
Yes, I am a H/D-shipping fairy.

Lid geworden: 30 december 2006
Online status: Offline
Berichten: 2920
bullet Geplaatst op: 17 januari 2013 om 14:35



Hoofdstuk 5



Hij beende inmiddels een kwartier heen en weer door het toverdrankenlokaal. Zijn passen waren echter beduidend korter in deze vorm. Het veranderde zijn ritme waardoor hij zich minder goed kon concentreren. Af en toe wierp hij een blik op Potter. De Griffoendor zat telkens stug over zijn schoolwerk gebogen; waarschijnlijk bang dat Severus hem de schuld zou geven als hij geen oplossing vond. Niet geheel ten onrechte, dacht Severus met zelfkennis.
Het bleef vreemd om zichzelf door zijn eigen ogen gade te slaan. De manier waarop Potter bewoog was zo anders, vooral op momenten zoals nu, wanneer hij de schijn niet op hoefde te houden. Zijn eigen lichaam zag er zoveel meer ontspannen uit dan hij van zichzelf gezien had in spiegels en herinneringen. Zou hij er zo hebben uitgezien als hij geen dubbelspion was geworden? Als hij zich niet bij de Heer van het Duister had aangesloten? Als … als Lily nog zou leven?
Severus schudde zijn hoofd om die deprimerende gedachten te verdrijven. Dit was niet het moment om over het verleden te lopen mijmeren. Een oplossing; daar moest hij nu al zijn aandacht op richten. De situatie was explosief, zelfs als ze het zouden volhouden om hun rollen goed te blijven spelen. Hij grimaste even. Maar als de Heer van het Duister zou besluiten dat hij zijn trouwe dienaar nodig had, waren de aardmannetjes aan het dansen.
Moe van het geijsbeer in een lichaam dat hem niet toebehoorde, nam hij met een zucht aan zijn lessenaar plaats. Hij voelde de ogen van Potter een moment op hem gericht, maar toen hij naar de Griffoendor keek, zat hij alweer met zijn hoofd over zijn boeken gebogen.
Wat was er mis gegaan met die Wisseldrank? Er speelden twee problemen en op dit moment had hij nog niet eens een idee of ze dezelfde oorzaak hadden.
Het aspect ‘tijd’ was misschien niet het grootste en meest voor de hand liggende van de twee, maar het had hem beziggehouden toen bleek dat de verwisseling niet na een uur, of zelfs een dag, opgeheven werd.
Er was in de geschiedenis door veel tovenaars en heksen geëxperimenteerd om de werking van de Wisseldrank te verlengen, maar bij zijn weten was nog nooit iemand daarin geslaagd. Of de drank werkte niet, of gedeeltelijk, of ze hadden zeer vervelende bijwerkingen. De enige manier om langere tijd in de huid van een ander te kruipen was om de toverdrank continue te blijven innemen, zoals bijvoorbeeld Barto Krenck jr. drie jaar geleden gedaan had.
Severus wierp een blik op Potter die een mengeling van ongeloof en berusting was. Laat het maar aan De Uitverkorene over om het onmogelijke te bewerkstelligen.
Ondertussen trok hij zijn beduimelde exemplaar van De Vreeschwekkendste Tooverdranken naar zich toe, al had hij weinig hoop om nieuwe informatie te vinden in het boek dat hij praktisch foutloos zou kunnen citeren.
Het moest Duistere Magie zijn, de verwisseling van twee zielen. Zelfs hij, die zich een zeer bedreven beoefenaar van de Zwarte Kunsten kon noemen, had nog nooit van iets dergelijks gehoord. Om die reden sloot hij dan ook een Griffoendor uit als dader. Sowieso zouden ze daar Potter niet bij betrokken hebben. De grote vraag was of hijzelf een toevallig slachtoffer was, of dat de dader wist dat Potter zijn haar had gebruikt. De kans op die laatste mogelijkheid was niet groot, maar mocht dat het zijn dan kon het erop wijzen dat iemand eraan twijfelde waar zijn loyaliteit lag.


o~0~O~0~o


Harry genoot de volgende middag van de rust in Zweinsveld. Er waren genoeg leerlingen die de straten bevolkten, maar ze liepen allemaal in een ruime bocht om hem heen. Hij hoefde nauwelijks meer te doen dan af en toe neerbuigend langs zijn neus te kijken of te sneren naar een luidkeels lachende Griffoendor.
Hoewel hij nog altijd liever een halve dag in bed had doorgebracht, viel het toezicht houden tot nu toe best mee. Toen hij Zacharinus passeerde, stapte hij automatisch naar binnen. Hij had gisteren zijn laatste Chocokikker opgegeten, en het was ook al even geleden dat hij nieuwe Suikerveren gekocht had.
Zodra hij over de drempel stapte, verstomde het geluid van tientallen snoepgrage Zweinsteinleerlingen abrupt. De meesten staarden hem met open mond aan voordat ze hun pakjes en zakje met snoepgoed teruglegden, en zich langs hem heen naar buiten haastten onder het mompelen van zijn naam in diverse toonhoogten.
Binnen een minuut stond Harry in de lege winkel om zich heen te kijken, terwijl de man achter de kassa hem geërgerd aankeek.
‘Goedemorgen, professor,’ zei hij met een vragende klank. ‘Wat kan ik voor u doen?’
Verdraaid, dacht Harry met een geërgerde uitdrukking, die vast goed op Sneeps gezicht paste.
‘Ik kijk even rond,’ zei hij kortaf, maar terwijl hij zich afwendde, besefte hij gelijk dat hij onmogelijk Chocokikkers, Suikerveren of Smekkies kon kopen als hij niet wilde dat er vreemde verhalen over Sneep de ronde zouden gaan doen. Niet dat hij daar persoonlijk mee zat, maar ...
Hij mijmerde een ogenblik over de mogelijkheid dat Voldemort van één van zijn spionnen zou horen dat Sneep Smekkies in alle Smaken had gekocht.
‘Smekkies, Severus?’ zou hij sissen. ‘Waarom geen Lolly’s met bloedsmaak? Of mijn favoriet, Flossende Flintmints?’
Harry gniffelde stilletjes, terwijl hij zijn blik over de uitgestalde snoepwaren liet gaan. Verdraaid, dacht hij opnieuw, toen het water hem in de mond liep.
Uiteindelijk besloot hij om een doos bonbons mee te nemen. Dat zou er het meest ‘volwassen’ uitzien. De man keek hem wat misprijzend aan alsof hij zich afvroeg of de duurdere chocolade zijn verdwijnende clientèle waard was geweest.
‘Dat is elf Sikkels,’ bromde hij. ‘Moet het ingepakt worden?’
Bij de nieuwsgierige blik haastte Harry zich om zijn hoofd te schudden.
‘Nee, dank u!’
Allemachtig, straks denkt hij nog dat ik – Sneep – professor Stronk of professor Anderling het hof wil maken!
Toen hij buiten stond, met de doos in zijn handen, realiseerde hij zich een tweede nadeel; een Chocokikker kon je ondertussen nog eens uit het zakje vissen en er van snoepen, maar die doos ...
Harry zuchtte en besloot verder te patrouilleren door Zweinsveld.

‘Oi, maat, laten we eerst bij Zonko’s kijken. We kunnen wel weer eens wat …’
Severus was opgelucht toen Griffel haar roodharige vriend in de rede viel, maar tot zijn teleurstelling, merkte ze enkel op: ‘Oké, dan ga ik even om nieuw perkament. Ik heb het laatste gisteren opgemaakt bij mijn Toverdrankenhuiswerk.’
Voor hij kon aangeven dat hij ook perkament nodig had, was ze er al vandoor. Wemel keek ongeduldig om, dus om te voorkomen dat hij opnieuw ‘maat’ genoemd werd, besloot Severus hem te volgen.
Zodra hij een voet over de drempel van de winkel zette, werd hij overweldigd door de drukte van mensen en vreemde objecten. Hij was zich opeens erg bewust dat hij hier al in geen twintig jaar geweest was.
Van verschillende kanten werd hij begroet door leerlingen uit diverse afdelingen. Zelfs een tweedejaars Zwadderaar zei verlegen: ‘Hoi, Harry’, waarna ze giechelend omdraaide en Severus met zijn mond vol tanden liet staan.
Wemel trok hem aan zijn mouw en fluisterde: ‘Harry, moet je kijken. Dit is precies wat we nodig hebben voor onze wraak op de Zwadderaars.’
Severus keek van de simpele, bruingevlekte veren waar Wemel naar wees, naar het begeleidende kaartje: ‘Windveren, maken om de tien woorden een gênant geluid’. Hij moest zich bedwingen om Wemel niet gelijk honderd afdelingspunten afhandig te maken. Dus bromde hij wat en dacht na over manieren om zijn Zwadderaars te waarschuwen.
‘Oh, of deze!’ fluisterde Wemel enthousiast. ‘Die zijn nog beter. We kunnen ze in de kleedkamer van de Zwadderaars leggen voor de volgende Zwerkbalwedstrijd.’
Verslindende Smekkies! Voor elk snoepje dat je eet, verdwijnt een dag lang een tand,’ las Severus verontwaardigd bij de gedachte aan een tandeloos Zwerkbalteam. Minerva zou hem er voor eeuwig aan herinneren.
‘Heb je nog wat Sikkels, Harry?’ klonk het nonchalant alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Severus keek hem verbaasd aan en zag dat Wemel vuurrood werd.
‘Je krijgt het gelijk terug,’ zei hij verdedigend. ‘Ik heb niet alles meegenomen en ik wil Mandy nog trakteren.’
Ongelofelijk!
Severus stak zijn hand in Potters mantel en pakte diens beurs. Helaas waren de Sikkels die hij Wemel terughoudend overhandigde, van hem zelf.
Terwijl Wemel zich een weg baande naar de kassa, keek Severus nieuwsgierig om zich heen. Hij zou het niemand bekennen, maar hij was ietwat geïntrigeerd door deze nieuwe uitvindingen. Natuurlijk alleen om relschoppers zoals Wemel sneller te kunnen betrappen, verder niets, vertelde hij zichzelf, terwijl zijn blik viel op een stapeltje boeken. De Avonturen van Martin Mummels, de Dolle Dreuzel. Toen hij een jaar of tien was geweest, had hij een exemplaar gekregen. De afbeelding had hem geïntrigeerd, maar zijn vader had het stripboek in één van zijn buien verscheurd, voor Severus er in had kunnen kijken.

Draco liep chagrijnig voor Korzel en Kwast uit. Aan zijn arm kwetterde Patty over een nieuw truitje dat ze wilde gaan passen, maar hij negeerde haar. Patty was enkel goed voor zijn imago, dus moest hij haar wel tolereren, maar dat betekende niet dat hij ook moest luisteren. Zijn aandacht was bij oom Severus die een paar meter voor hen door de winkelstraat liep.
Hij gedroeg zich als een pas afgestudeerde leraar die voor het eerst toezicht had tijdens een Zweinsteinweekend, dacht Draco met een frons op zijn voorhoofd. Zelfs een eerstejaars Klassenoudste zou oplettender door de gangen van het kasteel lopen dan oom Severus hier door het tovenaarsdorpje.
Draco had al twee vierdejaars elkaar zien vervloeken, en normaal gesproken zou zijn peetoom echt Belinda Broom en Michel Kriek niet staan laten vrijen zonder hen van bijtend commentaar te voorzien.
Verwonderd zag hij hoe oom Severus als gebiologeerd bij Madame Kruimelaar naar binnen keek en toen … glimlachte? Hoewel Draco hem vaak genoeg zonder het masker had gezien dat hij als Dooddoener en leraar droeg, kon hij zich niet herinneren dat hij de man ooit in het openbaar had zien lachen. Hij wierp een blik achterom, maar het was natuurlijk te veel gevraagd om te denken dat Korzel en Kwast iets opgevallen was.
Toen ze gevieren langs de theesalon liepen, wierp Draco een steelse blik naar binnen. Zo vroeg op de ochtend was het nog niet druk binnen en de enigen die hij zo snel kon herkennen waren Patil en Tomas. Het Griffoendorkoppeltje kon echter niet de reden zijn van oom Severus’ ongewone gedrag. Toch? Snel keek hij weer voor zich uit voor Patty hem zou betrappen en een verkeerde conclusie zou trekken.

Hermelien groette Ron en Harry tevreden toen ze Zonko’s verlieten. Zelf was ze vrij snel geslaagd bij Pluimplukkers Verenwinkel en de gedachten aan al die onbeschreven vellen perkament in haar tas, vulde haar met een gelukzalig gevoel.
Zelfs Rons opgewonden verklaring hoe ze de Zwadderaars zouden terugpakken met een vreemd soort Smekkies kon haar niet van haar humeur brengen. Ze gaf hem enkel een neerbuigende blik en vroeg hen of ze nog naar Zacharinus wilden. Een retorische vraag eigenlijk, want wanneer gingen ze nou niet naar Zacharinus?
Harry keek echter alsof Voldemort spontaan ontbrand was en alle Dooddoeners meegetrokken had de hel in. Alsof hij in geen maanden een Chocokikker op had, terwijl ze hem er gisteren nog één had zien eten. Vreemd. Ze sloeg het op bij de andere ongewone momenten van de afgelopen dagen terwijl ze met Harry en Ron naar het Zoetwarenhuis liep. Het was lang niet zo druk als anders en toen ze er een opmerking over maakte, kreeg ze tot haar verbazing te horen dat één van de leraren van Zweinstein – die zuurkijkende met haakneus – langs was gekomen en iedereen de stuipen op het lijf had gejaagd. Verwonderd liep ze door de winkel, koos wat Flossende Flintmints uit, en besloot zichzelf een genoegen te doen met een Suikerveer.
Ze zag dat Ron als vanouds stiekem zijn geld stond te tellen om te bepalen hoeveel hij kon besteden. Toen ze echter naar Harry keek, viel haar mond open.

Severus had het gevoel alsof hij in het paradijs beland was. De aanslag op zijn reukpapillen was even overweldigend als het aanzicht van al die potten, dozen en stopflessen vol snoep in de meest uiteenlopende kleuren. Hij kon zich niet herinneren wanneer hij ooit in een snoepwinkel geweest was met meer dan een paar Sikkels op zak en het idee dat hij in deze ‘vermomming’ kon kopen wat hij wilde, was bedwelmender dan de geur van suiker en honing.
Hij deed zijn best zich enigszins in te houden, maar voor hij het wist zat zijn zak vol met Peperduiveltjes, IJsmuizen en Nogablokken. En Zoutzuurtjes, Karamelkevers, Droptoverstokken, en natuurlijk moest hij ook weten hoe Kakkerlak Crunchies en die Chocoballen vol slagroom en aardbeiencrème smaakten.
Toen hij zich uiteindelijk naar de kassa wendde, botste hij bijna tegen Griffel op die hem met open mond en verbijsterde uitdrukking stond aan te staren.
Zalazar op een Terzieler!
Hij kon niet voorkomen dat het bloed naar zijn wangen steeg en aangezien zijn brein nu te kort kwam, kon hij ook geen verklaring vinden voor zijn overvolle zak. Blijkbaar was dit zelfs voor Potter extreem.
‘Uhm….. ik was….. uh…’
De redding kwam uit onverwachte hoek.
‘Hee maat, heb je genoeg voor zondagavond?’ zei Wemel met een klap op zijn schouder.
Severus had geen flauw idee wat er zondagavond was, maar de opmerking bracht een blik van herkenning in de donkere ogen van Griffel. Desalniettemin vond hij het een schamel genoegen om gered te worden door Wemel.
Schutterig rekende hij af en stopte met een zucht de zak weg. Blijkbaar moest hij wachten tot morgenavond tot hij eindelijk een Karamelkever kon proeven. Mits hij dan nog Potter was natuurlijk.


Wat houdt Draco's taakstraaf in? En welke ernstige gevolgen heeft Juvie's geklungel?
Lees het in WW ho 48: De Verspilling van Jean Excellente.
IP IP gelogd
Terug naar boven
Avana
Zwadderich
Zwadderich
Avatar
Yes, I am a H/D-shipping fairy.

Lid geworden: 30 december 2006
Online status: Offline
Berichten: 2920
bullet Geplaatst op: 24 januari 2013 om 13:07
 


Hoofdstuk 6



Harry was het zat. Hij vond dat hij genoeg gepatrouilleerd had. Sowieso snapte hij niet waarvoor dat nodig was. Het was echt niet zo dat de leerlingen op straat gingen vechten of dronken zouden worden. Hij besloot om naar De Drie Bezemstelen te gaan. Daar kon hij tenslotte ook toezicht houden, dacht hij sarcastisch. Maar dan kon hij er tenminste bij zitten en een Boterbiertje drinken.
Zodra hij de vertrouwde omgeving binnenstapte, leefde hij op. De mengeling van geluiden en geuren. Leerlingen en inwoners van Zweinsveld aan de bar en daarachter Madame Rosmerta die hem als vanouds een knipoog gaf.
Toen hij Daan, Simon en Marcel, samen met de Patilzusjes en Belinda zag zitten, begon hij opgewekt in hun richting te lopen. Tot hij merkte dat ze elkaar waarschuwend aanstootten en binnensmonds wat tegen elkaar mompelden. Marcel keek hem paniekerig aan op de manier die meestal gereserveerd was voor professor … Oh!
Hij vloekte binnensmonds en keek hoe hij zo onopvallend mogelijk van richting kon veranderen.
‘Hee joehoe, hier Sneep!’ bulderde tot Harry’s opluchting de stem van Hagrid door de ruimte. Hoewel die opluchting snel omsloeg in gruwel toen iedereen naar hem omkeek. Hij deed zijn best te sneren en hatelijk langs zijn neus te kijken, maar vreesde dat hij daar maar gedeeltelijk in slaagde. Was de situatie aan de Oppertafel al erg geweest, de aanblik van professor Banning, Vector, Stronk en Anderling die hem allemaal vreemd aankeken was tien keer zo erg.
‘Sneep, je kunt wel hiero zitten want Hooch is net vertrokken. Een borrel zeker?’
En voor Harry kon weigeren werd hij op de lege stoel gepoot terwijl de halfreus zijn enorme hand opstak en naar de bar gebaarde.
Terwijl Harry probeerde niet op te vallen tussen de leraren, zag hij dat de deur openzwaaide en Ron, Hermelien en ... hijzelf binnenkwamen. Wat vreemd om hen als trio te zien van een afstand, dacht Harry en nam afwezig een slok van het glas dat Rosmerta hem met een knipoog overhandigde. Op hetzelfde moment dat hij zich realiseerde dat ze steeds naar Sneep had geknipoogd, brandde de drank zich een weg door zijn slokdarm waardoor hij begon te hoesten en rood aanliep.
‘Hola,’ donderde Hagrid vlakbij zijn oor en klopte hem op zijn rug zodat hij bijna door de stoel heen ging.
Vanuit de verte hoorde hij iemand zeggen: ‘Sodeknetter!’
Zodra hij weer adem had, keek hij nijdig de tafel met leraren rond. Ze leken niet echt onder de indruk, maar stopten in ieder geval met staren. Professor Stronk vroeg iets over de aanbouw van nieuwe kassen en al snel waren zijn tafelgenoten in een verhit gesprek over de besteding van het schoolbudget.
In de hoop dat ze niet om zijn mening zouden vragen, keek hij stug naar een schilderij aan de muur waarop een middeleeuwse minstreel laveloos in een stoel hing. Aangezien dat op dit moment een aanlokkelijk idee leek, nam Harry behoedzaam een nieuwe slok.
Dit keer was hij voorbereid op het brandende gevoel.  Zonder het hoesten kon hij nu ook meer genieten van de warmte die in zijn buik ontstond. Om te testen nam hij nog een slok en merkte dat het effect enkel maar sterker werd. Hij grijnsde triomfantelijk naar de minstreel die vast een watje moest zijn als hij zo laveloos was. Het ontging hem helaas dat men vreemde blikken op professor Sneep begon te werpen, en zich afvroeg wat voor een duivelse toverdranken hij aan het bedenken was voor de komende lessen, dat hij zomaar in het niets zat te grijnzen.


Severus zat zich ondertussen groen en geel te ergeren aan Potter die hem gewoon totaal voor gek zette met zijn hoestbui. Hij miste dan ook bijna het moment dat Wemel opstond en aankondigde dat hij had afgesproken ook wat tijd met Mandy door te brengen. Severus keek in paniek naar Griffel, die haar wenkbrauw optrok alsof ze wilde vragen waar hij last van had.
‘Nog een Boterbiertje, Harry?’ vroeg ze.
Hij wilde al weigeren, maar bedacht dat ze dan waarschijnlijk samen naar buiten zouden vertrekken dus hij knikte aarzelend. Hij keek haar na toen ze naar de bar liep en had daardoor niet in de gaten dat een aantal van zijn zevendejaars Zwadderaars hun tafeltje passeerde.
‘Wat hoorde ik, Potter?’ vroeg Blaise Zabini spottend. ‘Ben je flauwgevallen tijdens Toverdranken? Ik dacht dat je dat enkel tijdens een Dementorbezoekje deed.’
Een ander viel hem bij en zei: ‘Waarschijnlijk enkel een excuus om in de armen van dat Modderbloedje te liggen, wed ik, als ik zie hoe verlekkerd hij haar nastaarde.’
De Zwadderaars maakten grove geluiden en Severus moest zichzelf herinneren aan de straf van de Heer van het Duister om niet op te springen en zijn eigen leerlingen te slaan. Of punten af te trekken. Gelukkig waren de blikken van de andere leraren genoeg om hen door te laten lopen.
Toen Griffel terug kwam lopen met twee Boterbiertjes vroeg ze bezorgd: ‘Wat was dat, Harry?’
De gedachte aan de opmerking die Zabini gemaakt had, deed zijn wangen opgloeien en hij vervloekte de heks tegenover hem voor het vermogen de laatste dagen zijn bloedsomloop te ontregelen.
‘Harry?’ herhaalde ze.
Hij schokschouderde en mompelde: ‘Niets bijzonders, gewoon wat gescheld.’
Om haar aandacht af te leiden vroeg hij naar haar huiswerk voor Toverdranken. Een onderwerp waar hij veilig over mee kon praten terwijl hij inmiddels wist dat het al haar aandacht zou opeisen.
Ze begon gelijk over de opgaven die hij hun klas had opgegeven vlak voor het fatale moment met de Wisseldrank.
Hij gaf een paar automatische antwoorden die hem een verraste blik opleverden. Dat herinnerde hem aan het feit dat Potter absoluut geen genie kon lijken. Maar het was prettig om eens te praten met iemand die wist waar hij het over had, al zou hij dat voor geen honderd Galjoenen toegeven. Voor hij het wist was hij in een gesprek over de verschillende bijwerkingen van Varkensgras verwikkeld.


De terloopse opmerking te midden van het geroezemoes in De Drie Bezemstelen trok de aandacht van Theodoor Noot.
‘Wat zei je?’ vroeg hij Margriet Bullemans.
Ze keek hem een beetje verbaasd aan, maar herhaalde: ‘Ik hoop dat Sneep hem goed aanpakt?’
Ongeduldig schudde hij zijn hoofd. ‘Nee, daarvoor. Over die haar.’
Inmiddels staarden ook de andere klasgenoten aan de ronde tafel hem aan. Hij negeerde hen en drong aan: ‘Potter heeft zijn eigen haar gebruikt?’
Margriet fronste. ‘Ja, achterbaks, vind je niet? Om de haar van dat Modderbloedje van tafel te vegen en snel een haar van zichzelf in die Wisseldrank te doen?’
De meesten vielen haar onmiddellijk bij, maar Daphne Goedleers gaf aarzelend toe dat ze dat toch best geniaal van Potter vond.
Uh oh, dacht Theodoor, niet slim! Geen Zwadderaar zou ooit de woorden Potter en geniaal in één zin gebruiken, tenzij hij wilde aangeven dat hij een geniaal plan had om Potter uit de weg te ruimen.
Terwijl iedereen zich nu verontwaardigd tot Daphne wendde, leunde hij naar achteren en dacht na.
Dus Potter heeft zijn eigen haar gebruikt? Geen wonder dat de spreuk niet werkte!
Hij was flink gedesillusioneerd geweest toen hij vrijwel direct had moeten constateren dat hij blijkbaar nog niet in staat was Duistere Magie op te roepen. Potter was weliswaar flauwgevallen – de aansteller – maar uit de reactie van Griffel werd snel duidelijk dat ze haar eigen bemoeizuchtige zelf was.
Tijdens de eerste week van de zomervakantie was hij in zijn vaders studeerkamer – verborgen achter een dikke rij boeken over Magische Wetgeving – een boek tegengekomen dat zijn nieuwsgierigheid had gewekt. De kamer was normaal gesproken verboden terrein, maar aangezien de Dementors op dat moment het opvliegende karakter van zijn vader in bedwang hielden, maakte hij zich daar niet echt druk om. Als hij ooit nog thuis kwam – en in het bezit van zijn volle verstand – dan zou dat boek allang weer onder een laag stof achter de wetboeken liggen.
‘Beheersch elcke geest des menschen’ toonde de half weggesleten, zilveren opdruk op de eens zwarte, leren omslag. Een verleidelijke gedachte.
Zodoende had hij het boek mee naar zijn kamer genomen om er praktisch elke vrije minuut in te studeren. De inhoud ging verder waar de boeken voor Zweinstein ophielden; variaties op Geheugenspreuken, toepassingen op de Imperiusvloek waar zelfs zijn haar van overeind ging staan, en technieken om Occlumentie te omzeilen.
Het was zeer geavanceerde toverkunst, en overduidelijk zeer Duistere Magie. Hij zocht net zolang tot hij een spreuk vond die hij binnen twee maanden dacht te kunnen leren.
Concitate Ingenium; moet uitgesproken worden op het moment dat iemand Wisseldrank inneemt.
Effect: de ‘gever’ én de ‘ontvanger’ van het stukje van de persoon dat voor de drank gebruikt is, zullen voor de duur van een etmaal met elkaar van geest wisselen.

De reden voor die periode was hem niet geheel duidelijk; het zou iets te maken hebben met het feit dat de magie die nodig was om de verwisseling van de geest in stand te houden, minder van een tovenaar vergde dan die voor de transformatie van een lichaam. Het interesseerde Theodoor niet bijzonder.
Professor Sneep liet zevendejaars studenten altijd de meest ingewikkelde toverdranken van de laatste drie schooljaren herhalen, en Wisseldrank was daar een van. Het afdelingshoofd van Zwadderich was voorspelbaar genoeg om Potter of anders Griffel uit te kiezen als slachtoffer, en zo was het ook gegaan.

Theodoor had schuin achter de Griffoendor gezeten. Zijn toverstok hield hij vast, verborgen in de plooien van zijn gewaad. Gespannen wachtte hij tot het moment dat hij eindelijk kon testen of hij de spreuk goed beheerste.
Hij had zijn geluk niet opgekund toen professor Sneep een haar van Griffel had gepakt voor de Wisseldrank van Potter. De Uitverkorene en het Modderbloedje zouden vierentwintig uur vast zitten in elkaars hoofd. Briljant!
Toen Potter de flacon aan zijn lippen zette, had niemand te midden van het gejoel en gelach gehoord hoe hij eindelijk de vloek afvuurde.

En nu bleek het allemaal voor niets te zijn geweest omdat die vervloekte Potter zo nodig Sneep te slim af was geweest met die haar. Het was maar een schrale troost dat het niet aan zijn toverkunst lag; wanneer zou zich weer zo’n ideale kans voordoen? Hij wierp een dodelijke blik op de Griffoendor die volledig opging in een gesprek met dat Modderbloedje, alsof ze bij madame Kruimelaar zaten in plaats van in De Drie Bezemstelen.



Wat houdt Draco's taakstraaf in? En welke ernstige gevolgen heeft Juvie's geklungel?
Lees het in WW ho 48: De Verspilling van Jean Excellente.
IP IP gelogd
Terug naar boven
Avana
Zwadderich
Zwadderich
Avatar
Yes, I am a H/D-shipping fairy.

Lid geworden: 30 december 2006
Online status: Offline
Berichten: 2920
bullet Geplaatst op: 31 januari 2013 om 18:58
 


Hoofdstuk 7



‘Hee!’
Draco wilde net een stuk noga in zijn mond steken toen hij venijnig in zijn zij werd gepord. Verontwaardigd keek hij naar Korzel die naast hem liep. De geweldenaar had zijn aandacht echter niet bij Draco, maar wees met een verbaasde uitdrukking voor zich uit.
‘Is dat Sneep?’ viel Kwast hem bij.
Geïrriteerd omdat hij ongetwijfeld een flinke blauwe plek had opgelopen, keek Draco in de richting waarheen Korzel wees. In de verte liep een lange bekende gestalte met donker haar. Een mantel zwierde om hem heen. Meer nog dan Sneeps mantel gewoonlijk al zwierde, aangezien de man onbeholpen over de weg leek te zwalken.
‘Zou hij ziek zijn?’
Hij was zich er niet van bewust dat hij dat hardop gezegd had, tot Patty reageerde. ‘Dat denk ik niet, hij lijkt eerder aangeschoten.’
Ze giechelde.
Aangeschoten? Oom Sev?
‘Zeg maar gewoon dronken,’ bromde Korzel. ‘Hij mag wel oppassen dat hij Anderling niet tegen het lijf loopt.’
Hoewel ze het nooit zouden toegegeven, hadden de meeste Zwadderaars meer respect voor het afdelingshoofd van Griffoendor dan voor Perkamentus.
‘Oh, dat zou niet zo goed zijn,’ was Patty het met hem eens.
Draco had zijn pas versneld.
‘Ik maak me meer zorgen over wat hij zich kan laten ontvallen als hij inderdaad onder invloed van iets verkeert,’ beet Draco hen toe.
Patty maakte een geschrokken geluidje, en versnelde ook haar pas. Korzel en Kwast deden moeite om niet achterop te raken; het trekken van een sprintje vergde toch echt meer conditie dan het meppen met Beukers.
‘Professor Sneep!’ riep Patty toen ze hem bijna ingehaald hadden.
De uitroep leek de anders zo waakzame professor op te schrikken waardoor hij struikelde. Draco schoot naar voren en kon net beletten dat zijn peetoom onderuit ging.
‘Hola! Daar ging ik bijna!’
Draco zag Korzel en Kwast een bevreemde blik wisselen bij die onkarakteristieke uitroep van hun afdelingshoofd.
Oom Sev draaide zijn hoofd om en zei verrast: ‘Draco! Ik verwachtte niet dat jij me zou redden.’ De uitspraak ging vergezeld met de typische geur van Oude Klare en – erger nog –  een zacht gegrinnik.
Draco was sprakeloos. Patty beet op haar lip, om het niet uit te proesten waarschijnlijk, en op de gezichten van Dom & Dommer prijkte een onnozele grijns, zag hij geërgerd.
‘Heeft u te veel gedronken, oom Sev?’ vroeg hij scherper dan zijn bedoeling was. ‘Ik dacht dat u altijd vond dat daar te grote risico’s aan zaten?’
Hij negeerde zijn drie vrienden, die er weliswaar van op de hoogte waren dat de Toverdrankleraar zijn peetoom was, maar nu verbaasd keken omdat hij dat feit altijd geheim hield.
De blik van oom Sev was bijna ... beteuterd te noemen.
Wat is er toch aan de hand?
Het gedrag van zijn peetoom was al dagenlang ongewoon, bijna bizar, te noemen.
‘Risico’s ... ja, ik ken de risico’s,’ mompelde de oudere man. ‘Ha – pof – pros – professor Hagrid’ – hij keek pijnlijk opgelucht – ‘stond erop. Dat ik bestelde, bedoelde ik. Verder stond hij natuurlijk nergens op. Zulke grote schoenen, en madame Rosmelda – nee, Rosmerta – bleef maar komen. Inschenken, bedoel ik, dus….’
Hij haalde ietwat hulpeloos zijn schouder op zodat zijn mantel scheefzakte.
Draco keek getergd naar Patty die zich slap van het lachen aan Kwast vast moest houden, en richtte zich tot Korzel.
‘Help even mee. We moeten zo snel mogelijk naar de kerkers voor we iemand tegenkomen.’
Helaas ging het niet zo snel als Draco wenste. Zijn peetoom bleef onsamenhangende verklaringen afleggen over het drinkgelag in De Drie Bezemstelen, en praatte om onbegrijpelijke redenen af en toe over zichzelf in de derde persoon.
Toen er steeds langere stiltes vielen, ging dat gepaard met een steeds meer slepende gang van lopen, alsof zijn peetoom niet alleen last had van een te hoog alcoholpromillage, maar ook van een te grote schoenmaat.
Tussen Kwast en Draco in bleef hij op de been, maar het tempo lag nog lager dan dat van Wemel op zijn Helleveeg.
Draco dankte zijn gelukkig gesternte dat ze voor de grote meute uit Zweinsveld vertrokken waren.

‘ …en die arme Vincent liep een blauwtje op bij Amanda Brokkeling, omdat ze liever een Wemel had.’
Patty klonk eerder geamuseerd dan meelevend.
‘Geen blauwtje,’ bromde Korzel die naast Kwast was gaan lopen.
‘Nee,’ beaamde zijn beste vriend, ‘Vince heeft haar nooit aangesproken.’
‘De lafaard,’ was Draco’s mening. Hij schrok toen oom Sev opeens met zijn ellebogen begon te fladderen – een ander woord kon Draco er niet voor bedenken – en tokkende geluiden maakte.
‘Pot. Ketel. Zwart,’ zong Patty op plagende toon naast hem.
Draco wilde haar negeren, maar ook Kwast deed nu een duit in het zakje.
‘Griffel lijkt niet erg gebroken te zijn door Wemels nieuwe liefde.’
‘Zag er knus uit met Potter,’ vond ook Korzel.
Tot zijn ontzetting merkte Draco dat zijn vingers jeukten om zijn toverstok te pakken en zijn jeugdvriend te vervloeken. Hij knarste zijn tanden.
‘Aww, arme Draco,’ kirde Patty op een veelbetekenende toon. ‘Als je niet snel actie onderneemt, zit je straks in hetzelfde schuitje als Vincent.’
‘Wat?’
Gêne en ongeloof streden om de eerste plaats op zijn gezicht.
Sinds wanneer… ?
‘Schat, we zijn je beste vrienden. Dacht je nu echt dat we nog steeds niet door die houding heen geprikt hebben van Ik-haat-Potter-en-ik-hoop-dat-hij-dood-gaat?’
Ze giechelde even.
‘Als je je niet zo zou laten afleiden door zijn Zwerkbalgewaad, zou je misschien de Snaai eens als eerste vangen.’
Draco voelde het bloed uit zijn gezicht trekken om daarna met de snelheid van Potters Vuurflits terug naar zijn wangen te stromen.
Machtige Morgana.
Voor hij de woorden had gevonden om die belachelijke bewering te ontkennen, struikelde zijn peetoom echter weer. Draco realiseerde zich ineens wat ze bespraken in het bijzijn van het afdelingshoofd van Zwadderich, zijn peetoom, en tevens een Dooddoener net als zijn vader.
Hij slikte moeizaam, terwijl hij smekend naar Patty keek en een snelle blik wierp op zijn peetoom. Het verhitte gezicht naast hem, gaf hem echter hoop dat oom Sev misschien weinig had meegekregen in zijn benevelde staat.


o~0~O~0~o


‘Weet je zeker dat je geen last meer hebt van die mislukte Wisseldrank, Harry?’ vroeg Hermelien. Zijn eerdere toezeggingen hadden haar niet helemaal overtuigd. Soms gingen er uren voorbij zonder dat ze erbij stilstond, maar dan kwam hij opeens met zo’n vreemde opmerking uit de hoek, dat ze weer aan het twijfelen werd gebracht.
‘Hoe vaak moet ik dat nog zeggen, H-Hermelien?’
En dat was ook zoiets, die hapering als hij haar naam zei. Belinda’s woorden kwamen weer boven. Volgens mij heeft Harry een oogje op je.
Een zijdelingse blik leerde haar dat Harry haar vragend aankeek. Ze voelde haar wangen warm worden en zocht wanhopig naar een ander onderwerp, maar haar gedachten bleven als een kapotte grammofoonplaat bij de Wisseldrank hangen.
‘Waarom heb je niet gewoon mijn haar gepakt? We denken wel dat het geen kwaad kan om een eigen haar te gebruiken, maar je weet dat ik erg slechte ervaringen heb met Wisseldrank en verkeerde haren.’ Ze rilde onbewust. ‘Dat ik niet voor altijd een hekel aan katten gekregen heb, mag een wonder heten. En dat na alle moeite die ik gedaan had om in Sneeps kantoortje in te breken.’
Ze zweeg toen Harry haar niet zoals gewoonlijk begon te plagen, maar met een vreemde uitdrukking voor zich uitkeek. Bezorgdheid kroop omhoog en vond de weg naar haar hart. Ze pakte zijn arm vast terwijl ze midden op het slingerpad stil bleef staan.
‘Harry?’
Hij keek haar niet aan, maar staarde naar haar hand die op zijn onderarm lag. Een gebaar dat ze met de regelmaat van de klok gemaakt had, de afgelopen jaren.  Plotseling voelde het echter alsof het de eerste keer was. Ze voelde zijn lichaamswarmte door de stof van zijn mantel heen. Haar mond was droog en haar hart klopte op het ritme van de nieuwe hit van de Witte Wieven.
‘Harry?’ herhaalde ze. Dit keer keek hij op. Zijn ogen boorden zich in de hare. Het was haar nooit opgevallen hoe donker het groen van zijn ogen was van dichtbij. Het woord bleef in haar gedachten hangen. Dichtbij. Zo dichtbij dat ze de geur van Boterbier op zijn adem rook. Vechten of vluchten?
Haar voeten leken vastgenageld aan het oneffen pad dus vluchten was geen optie, en ze vocht tegen de aandrang om een stap dichterbij te doen. Voor de derde keer zei ze zijn naam. Het klonk ademloos. Ze zag hoe zijn adamsappel op en neer bewoog alsof hij wat wilde gaan zeggen, of…
‘Potter and Griffel sitting in a tree. K.I.S.S.I.N.G!’ schalde opeens de stem van Zacharias Smid van dichtbij. Een groepje zesde- en zevendejaars Ravenklauwen vielen hem bij met kusgeluiden.
Ze voelde Harry’s spieren onder haar vingers verstrakken alsof hij op het punt stond zijn toverstok te pakken. Terwijl ze haar greep verstevigde, wierp ze een nijdige blik op het groepje leerlingen dat hen inmiddels schaterend gepasseerd was.
Toen ze zich terugdraaide, ontweek Harry haar blik. Hij trok zijn arm weg en mompelde: ‘Laten we doorlopen.’
Zwijgend liepen ze naast elkaar terug naar het kasteel. Het magische moment was vervlogen als Essenkruidolie in een toverdrank. 


o~0~O~0~o


Zijn hoofd voelde aan alsof hij in botsing was gekomen met de Zweinsteinexpress. Maar het was hem een raadsel waarom de muziek van de Witte Wieven op de achtergrond dreunde. Weer een Zwerkbalongeval was zijn eerste gedachte, al kon Harry zich absoluut niet herinneren dat er een wedstrijd gepland stond. Dat zou ook enigszins vreemd zijn sinds Sneep zijn plaats in het team zou moeten overnemen, dacht hij afwezig. Sneep!
Met een ruk wilde hij overeind komen, maar daarop reageerden de Witte Wieven door nog harder te gaan spelen. Hij liet zich voorzichtig terugzakken, zijn vingers begraven in dikke dekens. Merlijns baard! Hij lag in Sneeps bed. Niet dat dat onlogisch was nu ze van leven gewisseld waren – tijdelijk – maar de implicaties waren nog steeds niet allemaal te overzien. Hij wilde niet denken aan de reacties van de Griffoendors als ze er ooit achter kwamen.
Het orkest in zijn hoofd was overgegaan op een ballade, en Harry deed voorzichtig zijn ogen open, om te ontdekken dat het donker was. Hij probeerde zich te draaien om te ontdekken waar hij zijn toverstok had gelaten, en ontdekte dat hij zijn – Sneeps – buitenmantel nog aan had. Geen wonder dat hij het zo warm had. Flarden van herinneringen kwamen aan de oppervlakte drijven. De Drie Bezemstelen, Hagrid, Rosmerta en Oude Klare. Heel veel Oude Klare. Zou Sneep gewend zijn zoveel te drinken? vroeg Harry zich af. Maar waarom heb ik er dan last van als zijn lichaam eraan gewend is?
De vraag leek te ingewikkeld voor dit moment en Harry besloot dat andere zaken voorrang hadden.
Schone kleren bijvoorbeeld, en iets doen aan de vieze smaak in zijn mond. Mocht hij nog ergens een toverdrankje tegenkomen voor zijn hoofdpijn dan zou dat helemaal geweldig zijn, maar het idee om op zoek te gaan in Sneeps kasten en laden was niet echt aantrekkelijk. Misschien kon hij de man vragen om een drankje als hij hem tegenkwam. Op dat moment herinnerde hij zich ‘Potters’ strafwerk.
Hij uitte een krachtterm die hem ongetwijfeld een reprimande van Hermelien zou hebben opgeleverd. Nog steeds voorzichtig, maar beduidend sneller, pakte hij zijn toverstok, sprak een Tijdsspreuk uit en ontdekte dat hij nog net genoeg tijd had om te douchen. Pas toen hij onder het hete water stond en hij terughoudend een stuk zeep van het plankje pakte, begonnen er meer herinneringen terug te komen.
Hoe de Oude Klare steeds minder sterk was geworden. Hij had zich afgevraagd of Madame Rosmerta zijn drankje aangelengd had. De samengeknepen lippen van Anderling. Het bulderende gelach van Hagrid, de verzekering van Professor Banning tegen de anderen dat hij Severus wel terug zou begeleiden.
Een opstootje tussen een paar Huffelpufs en Ravenklauwen had echter de aandacht van de leraar Bezweringen gevraagd, en Harry had bedacht dat hij gerust zelf wel terug kon lopen. En dat was toch ook gelukt? Hij fronste zijn wenkbrauwen toen een nieuw beeld boven kwam drijven. De Zwadderaars! Malfidus, Korzel & Kwast en…. hoe heet ze ook alweer. Oh ja, Patty Nogiets. Ze had gekakeld, nee, ze hadden het over kippen gehad.
Zijn onoplettendheid bezorgde hem schuim in zijn oog, en hij besloot Sneep de schuld te geven dat diens zeep in zijn oog prikte. Kippen. Nee, ook geen kippen. Ik heb gefladderd als een kip. Merlijn, Sneep had gefladderd. Oh ja, Malfidus had Korzel een lafaard genoemd omdat … omdat hij verliefd was? En toen had Patty gezegd –
De zeep viel met een dof geluid op de grond. Harry tastte blindelings naar de betegelde muur. Patty had gezegd dat Malfidus een crush had op Potter. Op hem. Potter. Harry.
Hij moest nog steeds last hebben van de drank, besloot Harry. Of … zouden de Zwadderaars weten dat hij het was geweest en niet Sneep? Zouden ze gehoord hebben dat hij op jongens viel en was dit een rotstreek om te kijken hoe hij zou reageren? Die gedachte gaf hem het gevoel dat er een Beuker op zijn maag lag en hij zocht steun bij de koele betegelde muur.
Verwarrend genoeg overheerste niet de angst dat zijn identiteit ontdekt was. Zelfs  niet de wetenschap dat de hele school zijn geheim straks zou kennen. Nee, vreemd genoeg voelde hij vooral iets van teleurstelling bij de gedachte dat Patty hem voor de gek gehouden zou hebben.
Maar … hij was nooit geïnteresseerd geweest in Malfidus, protesteerde hij tegen dat gevoel. ‘Oh nee?’ was de treiterende reactie. ‘Waarom hou je hem dan altijd als een havik in de gaten?' Het feit dat hij – altijd – oplette of Malfidus niets in zijn schild voerde, vond Harry echter geen bewijs dat hij interesse had in de blonde Zwadderaar. En daar ging het nu ook niet om!
Hij draaide de koude kraan even vol open in de hoop zijn hoofd helder te maken. Het leek te werken, want hij realiseerde zich dat het bijna onmogelijk was dat de Zwadderaars zouden weten dat het niet Sneep was geweest op weg naar Zweinstein. Maar dat hield in dat Patty niet gelogen had!
Harry draaide de kranen dicht en pakte een handdoek. Terwijl hij zijn haar droogde, liet hij het idee tot zich doordringen. Malfidus vond hem … leuk. Sterker nog, de blonde jongen had een crush op hem. Wat had Patty ook gezegd? Malfidus was te afgeleid door hem om op de Snaai te letten? Stiekem voelde Harry zich gevleid; hij wist best dat veel meisjes achter Malfidus aan zaten, en niet vanwege zijn persoonlijkheid. De bezoekjes van Malfidus aan zijn peetoom, hadden Harry blijkbaar een andere kijk gegeven op zijn klasgenoot. Hij wist namelijk wel dat hij een paar maanden geleden heel anders zou hebben gereageerd als hij toevallig een dergelijk gesprek tussen de Zwadderaars had afgeluisterd.
Een moment voelde hij zich schuldig omdat ze hadden gedacht onder elkaar te zijn geweest, met hun afdelingshoofd.
Bij de gedachte aan Sneep besefte hij opeens dat hij zijn tijd aan het verdoen was met mijmeringen over Malfidus. Hij zou vast te laat komen voor het zogenaamde strafwerk. Hij sommeerde de kleding uit de slaapkamer en begon zich haastig aan te kleden terwijl hij alle gedachten aan Malfidus probeerde te bannen.


Wat houdt Draco's taakstraaf in? En welke ernstige gevolgen heeft Juvie's geklungel?
Lees het in WW ho 48: De Verspilling van Jean Excellente.
IP IP gelogd
Terug naar boven
Avana
Zwadderich
Zwadderich
Avatar
Yes, I am a H/D-shipping fairy.

Lid geworden: 30 december 2006
Online status: Offline
Berichten: 2920
bullet Geplaatst op: 07 februari 2013 om 17:45
 


Hoofdstuk 8


Nadat hij gecontroleerd had of hij als eerste gearriveerd was, slaakte Severus een zucht. Gelijk fronste hij zijn wenkbrauwen, geërgerd dat deze hele situatie waarin Potter hen had gebracht hem telkens zo uit balans bracht. Hij liet een ketel naar een van de tafels zweven, en begon een aantal ingrediënten te verzamelen waarmee hij wilde experimenteren.
De manier waarop hij zojuist als een dief in de nacht naar zijn eigen leslokaal was geslopen, was ronduit pathetisch. Schichtig, om andere leerlingen te ontwijken, uit angst voor meer grove toespelingen op zichzelf – Potter, herinnerde hij zichzelf – en Hermelien – juffrouw Griffel!
Het was zeker niet het gedrag van een spion, die gewend is De Heer van het Duister voor te liegen.
En als pseudo-Griffoendor leek hij zo door de mand te kunnen vallen. Bij de herinnering aan sommige opmerkingen voelde hij het bloed naar zijn wangen kruipen.
Om zichzelf af te leiden, liet hij zijn ogen door het klaslokaal gaan.
Waar blijft die verdraaide Potter?
Zijn blik bleef hangen bij de tafel waar Hermelien – juffrouw Griffel, Zalazar nog aan toe! – normaal gesproken zat. De plaats waar hij kort geleden bijgekomen was in haar armen en ... Hij vloekte hard grondig.
‘Ook een zware dag gehad?’ klonk het op duistere toon vanuit de deuropening. Hij draaide zich met de gebruikelijke zwier om zijn as, maar dit onbekende lichaam was niet bekend met zwaaien en zwieren, en hij struikelde over zijn eigen voeten.
Tot zijn verbazing vertrok Potters gezicht niet eens. Hij keek somber ... gekweld bijna. De radertjes in Severus’ hoofd draaiden vliegensvlug en hij kon maar tot één conclusie komen. Om zijn vermoeden te bevestigen, en uit pure rancune – gaf hij eerlijk toe – liet hij een metalen lepel hard op de rand van de ketel neerkomen. Potter kromp praktisch ineen. Met een gepijnigde uitdrukking kneep hij zijn ogen samen.
‘Niet zo zwaar als die van jou blijkbaar,’ sneerde Severus. ‘Vertel me alsjeblieft niet dat je zo stom bent geweest om wat te gaan drinken in De Drie Bezemstelen.’
Potters schuldbewuste blik was genoeg. Severus voelde zijn bloed omhoogstuwen, zijn hand omsloot de lepel zo stevig dat het metaal in zijn vlees sneed.
‘Ik had weinig keus,’ bracht Potter op verdedigende toon uit. ‘Hagrid riep me en madame Rosmerta bleef maar bijschenken. Blijkbaar is ze dat gewend als u wat komt drinken.’ Het laatste klonk wat uitdagend, en dat was voor Severus de druppel die de ketel deed overlopen. Met een paar grote passen stormde hij op Potter af, de lepel nog steeds in zijn hand geklemd, vooruitwijzend als een toverstok waar elk moment een groene lichtstraal uit kon komen.
Met voldoening zag Severus dat zijn lichaam achteruitweek, maar het moment was maar kort.
‘En jij denkt dat ik altijd alles wat me geserveerd wordt ook opdrink? Heb je ook maar enig benul van het gevaar waarin je ons misschien gebracht hebt, Potter?’ Hij spoog de naam bijna uit. ‘Joost mag weten wat je er allemaal uitgeflapt hebt nu je brein nog meer beneveld was dan normaal.’ Potter keek hem woedend aan, maar aangezien Severus die uitdrukking vaak genoeg in de spiegel had gezien, was hij niet in het minst geïntimideerd. ‘Waarover heb je gepraat, Potter? Wie heb je nog meer gesproken behalve mijn collega’s?’ drong Severus aan.
Tot zijn verbazing reageerde Potter niet opvliegend of beledigd. Er verschenen felle rode blosjes op zijn wangen, wat er erg vreemd uitzag. Maar hij kleurde blijkbaar niet van woede want de Griffoendor sloeg zijn ogen neer en plukte ongemakkelijk aan de stof van Severus’ mantel.
Wat had hij in Zalazars naam gedaan? vroeg Severus zich ongerust af. ‘Potter?’ Zijn stem klonk nu laag en dreigend.
Potter keek op, maar zijn ogen vestigden zich op een punt voorbij Severus’ schouder en hij beet op zijn onderlip. De stilte leek als een zware deken over hen neer te vallen.
‘Niets belangrijks,’ zei Potter uiteindelijk. ‘Ik heb juist zo min mogelijk gepraat in De Drie Bezemstelen.’ Hij zweeg opnieuw.
Severus knarste met zijn tanden voor hij uitbracht: ‘En….?’
Potter keek hem vluchtig aan, zijn gezicht nog steeds rood aangelopen. ‘Ik ben enkel wat Zwadderaars tegen gekomen.’ Het klonk minder nonchalant dan het vermoedelijk bedoeld was.
‘Welke Zwadderaars?’ vroeg Severus ogenblikkelijk, geen moment gefopt door die toon.
‘Korzel en Kwast, Patty … Park. Oh, en Malfidus.’
Severus vloekte binnensmonds. Een dronken Potter incognito en zijn peetzoon samen aan de wandel? Dat voorspelde niets anders dan een rampscenario. ‘Onderwerpen?’ vroeg hij scherp.
Potter deed niet alsof hij hem niet begreep, al keek hij hem wat geërgerd aan. ‘Niets bijzonders, professor,’ antwoordde hij nadrukkelijk. ‘Het liefdesleven van Zwadderaars, en van Korzel in het bijzonder, is niet echt een interessant gespreksonderwerp.'
Severus keek hem onderzoekend aan. Zouden zijn leerlingen onbewust munitie hebben gegeven aan de Griffoendors? Hij vroeg zich net af hoe groot het risico van Legilimentie in hun verwisselde lichamen was toen Potter zijn gezicht afwende en naar de ketel wees.
‘Moet dat tot de rand borrelen?’ Severus draaide zich om en vloekte. Hardop dit keer. Hij beende naar de ketel terug, trok zijn toverstok en doofde het vuur. Nijdig keek hij Potter aan. Na twee dagen was hij nog steeds niet veel verder met het probleem en dankzij Potter was ook deze dag weer verloren. Het enige dat hij wijzer was geworden, was dat Potter niet de haar van Griffel had gebruikt, iets wat een eerstejaars nog wel kon begrijpen.
‘Voor de les van maandag heb ik hier wat instructies,’ zei hij tenslotte en pakte een rol perkament van zijn bureau. Als ik niet met Griffel en Wemel op stap had gemoeten, zou het de lengte hebben gehad die je nodig hebt, maar je zult het hiermee moeten doen. De herinnering aan het uitstapje met de Griffoendors zorgde ervoor dat het minder neerbuigend klonk dan de bedoeling was. Potter snoof, maar pakte de rol aan, rolde hem uit en liet zijn ogen over de tekst glijden. ‘Weer Wisseldrank?’ vroeg hij vol afschuw.
De vijfdejaars Huffelpufs en Griffoendors, wist Severus.
‘He?’ klonk Potter opeens verbaasd. ‘Wolfsmelk moet gezeefd worden?’
Severus sloeg zijn ogen op. Bingo! ‘Probeer je me te vertellen dat je de Wolfsmelk niet gezeefd hebt, Potter? Hoe kun je dat in Merlijnsnaam vergeten zijn?’
Potter keek hem met grote ogen aan. ‘Meestal zorgt Hermelien ervoor….’ hij zweeg gegeneerd.
‘Juffrouw Griffel zorgt ervoor dat de ingrediënten op orde zijn,’ maakte Severus af. ‘Wat is er zo moeilijk aan het begrip ‘zeven’? Één van de eerste dingen die elke vijfdejaars leert, is nooit te vergeten de Wolfsmelk te zeven voor je ze toevoegt. Onbekwame Griffoendors.’
Wervelend draaide hij zich om en liep naar de kast met dikke naslagwerken. Ongezeefde Wolfsmelk. Dat kon niet de enige oorzaak zijn, anders zouden er wel vaker van dit soort vergissingen zijn gemaakt. Hij kon in ieder geval gerichter zoeken. Potter negerend trok hij een dik boek uit de kast waardoor er een laagje stof opdwarrelde. Hij keerde Potter de rug toe en begon gedreven te bladeren.


o~0~O~0~o


Harry wierp opnieuw een blik op de rol perkament die Sneep hem de vorige avond had gegeven. Ondanks de belediging waarmee het was overhandigd, was het perkament voorzien van centimeters uitgebreide instructies. Tot zijn verbazing was het ook nog vrijwel begrijpbaar. De laagste klassen zouden praktijklessen krijgen, maar Harry had er vertrouwen in dat hij dat er wel goed van af zou brengen. Voor alle zekerheid las hij nog wat oude studieboeken na. Opnieuw werd er geklopt. Harry zuchtte en stond op, hoewel hij het liefst zou doen alsof hij er niet was.
Het was dit keer geen eerstejaars met heimwee, geen derdejaars die ziek geworden was van Zacharinus’ snoepgoed in combinatie met een teveel aan Boterbier, of een tweedejaars die door Griffoendors gepest was.
Harry staarde naar Margriet Bullemans, hij had gek genoeg geen leeftijdsgenoot verwacht. Behalve Malfidus dan. Niet dat hij hem verwachtte, maar dat was de enige zevendejaars die ... Hij schudde even zijn hoofd en zag dat het gezicht van Margriet betrok. Snel vroeg hij: ‘Wat is er aan de hand?’
Haar gezicht klaarde onmiddellijk op. ‘Ik heb er weer zo’n last van, professor Sneep!’ Ze klonk enigszins ademloos alsof ze net van de Uilentoren kwam gerend. Of misschien kwam ze van buiten; ze had tenslotte haar mantel aan, wat zelfs in de kille gangen van de Kerkers niet gebruikelijk was. Toen drong haar opmerking tot hem door. Waar heeft ze weer last van? En Sneep weet ervan?
Harry zag geen andere optie dan haar binnen te vragen in de hoop dat hij ongemerkt zou ontdekken waarvoor ze professor Sneep nodig had. Uitnodigend opende hij de deur en zei kort, maar niet te onvriendelijk: ‘Kom verder.’
Margriet keek alsof hij haar een flacon Felix Fortunatis aanbood en stapte toen snel de kamer binnen alsof ze bang was dat Sneep zich zou bedenken. Harry keek haar wat bevreemd aan; ze zond tegenstrijdige signalen uit. Zo snel als ze binnen was gestapt, zo nerveus stond ze nu aan haar mantelsluiting te frummelen. Hoewel hij nog steeds geen flauw idee had wat ze kwam doen, kon hij dat niet vragen zonder alles te verraden, dus besloot hij haar op haar gemak te stellen.
‘Je kunt je mantel wel even ophangen,’ zei hij. ‘Ik zal even wat inschenken.’
Hij draaide zich om en liep naar dezelfde kast waar hij de vorige dag Malfidus had gehoord. Op zijn gemak pakte hij twee glazen en schonk wat wijn in. Niet dat hij van plan was opnieuw aan de drank te gaan, maar de beleefdheid vereiste dat hij ook wat inschonk. Inwendig rolde hij zijn ogen. Beleefdheid? We hebben het over Sneep hier!
Opeens werd hij zich bewust van een verandering in de kamer. Hij wist niet wat het was, maar de atmosfeer was anders. Hij hoorde iets knisperen alsof er kaarsen branden, en het rook opeens ook zoetig. Abrupt draaide hij zich om. Terwijl er vanuit het niets vioolmuziek begon te spelen, viel Harry’s mond open.
Vlak voor hem stond Margriet Bullemans. Ze had inderdaad haar mantel uitgedaan. Harry begreep nu waarom ze die in de kille gangen aan had gehad. Verbijsterd staarde hij haar aan. Hij herinnerde zich dat hij een paar jaar geleden eens iemand in een dergelijke outfit op tv had gezien. Een babydoll had tante Petunia het genoemd voordat ze met samengeknepen lippen een andere zender had opgezocht. Margriets toch al volumineuze gestalte, was in niets meer gehuld dan in roze, vitrageachtige stof met een zelfde soort randjes als die van de gordijnen in de Ligusterlaan. Ze deed hem denken aan een biggetje en de herinnering aan Dirks varkensstaartje dreef onbewust naar boven.
Tot zijn afgrijzen kwam ze een beetje wiebelend op hem aflopen terwijl ze tevergeefs iets uit haar ogen probeerde te knipperen.
‘Professor Sneep,’ zei ze opnieuw op die ademloze toon waarbij ze de 's' rekte tot het Sisselspraak leek. ‘Ik heb er weer de hele dag last van.’
Wat?
‘Ik kan enkel aan u denken.’
WAT?
En voor Harry adequaat op die opmerking kon reageren deed ze nog een stap en vleide zich tegen hem aan. De seconden leken minuten voor hij in staat was in actie te komen, maar toen stapte hij zo plotseling opzij dat ze bijna voorover viel.
‘Wat doe je in Merlijns naam?’ riep hij. Zijn stem klonk veel hoger dan die van Sneep normaal gesproken, maar Margriet lette daar niet op.
Ze keerde zich naar hem toe en pruilde: ‘Ah toe, professor. Ik wist wel dat u uiteindelijk toe zou geven en me binnen zou vragen. En nog wel eerder dan ik verwacht had.’
Door alle gedachten heen voelde Harry een gevoel van opluchting toen hij zich realiseerde dat Sneep gelukkig net zo afwijzend had gereageerd als hij zelf wilde doen. Jammer dat hij dat niet eerder had geweten. Het zou typisch iets van de man zijn om hem te onthouden van die kennis. De gedachte bracht een donkere uitdrukking op zijn gezicht waarmee hij Margriet afkeurend aankeek.
‘Ik denk dat u me verkeerd begrepen hebt, juffrouw Bullemans. Trek uw mantel aan voordat u kou vat onderweg naar de meisjesslaapzaal,’ zei hij boos. Hij liep met nijdige stappen naar de deur van de kamer en gooide hem driftig open.
Om oog in oog te staan met Draco Malfidus die met opgetrokken wenkbrauwen van hem naar Margriet keek. Merlijns Baard!


Wat houdt Draco's taakstraaf in? En welke ernstige gevolgen heeft Juvie's geklungel?
Lees het in WW ho 48: De Verspilling van Jean Excellente.
IP IP gelogd
Terug naar boven
Avana
Zwadderich
Zwadderich
Avatar
Yes, I am a H/D-shipping fairy.

Lid geworden: 30 december 2006
Online status: Offline
Berichten: 2920
bullet Geplaatst op: 14 februari 2013 om 10:29



Hoofdstuk 9


Draco was de hele zondag al prikkelbaar. Hij snauwde tegen zijn vrienden – die hem negeerden omdat ze zijn buien kenden – keek dreigend naar de jongerejaars – die prompt wegstoven – en had op weg naar de lunch een Huffelpuf vervloekt met een Bibberkniebezwering omdat hij spottend naar Draco gelachen had. Hij wilde absoluut niet bespot worden. Zeker niet nu hij het gevoel had naast een ketel toverdrank te zitten die elk moment kon ontploffen. Hoe had Patty zo iets belachelijks kunnen zeggen? Waar oom Sev bij was nog wel! Zou hij het gehoord hebben? Het zich herinneren? En hoe groot was zijn loyaliteit – zijn genegenheid? – voor zijn peetzoon?
Natuurlijk zou hij alles ontkennen als oom Sev het aankaartte, maar hij wist dat zijn Occlumentievaardigheden niet bestand zouden zijn tegen de Legilimentie van oom Sev. En de man zou er niet voor schuwen die tegen zijn eigen peetzoon te gebruiken als hij dacht dat dat nodig was.
Merlijn, de vernedering als hij zou merken wat Draco bezighield. Of beter gezegd ‘wie’. De gedachte dat die informatie terecht zou komen bij de Heer van het Duister – of erger; bij zijn vader – deed hem rillen. Jeweetwel zou hem waarschijnlijk in een aanval van razernij vermoorden. Lucius echter – hij voelde zijn hart sneller gaan kloppen – Lucius was een stuk onvoorspelbaarder. Misschien zou zijn vader hem straffen, onterven of een duivels plan bedenken om misbruik te maken van Draco’s gevoelens. Gal brandde in zijn keel. Hij moest uitvinden wat oom Sev herinnerde, en dan? Een Vergetelheidsspreuk? Hij betwijfelde of hij de man daar onverwachts mee zou kunnen raken, zelfs als hij minder behoedzaam was in zijn eigen vertrekken. Het was ook maar de vraag of hij dat zou kunnen.  Draco had net als de meeste Zwadderaars het verhaal gehoord van Smalhart en wenste zijn oom dat lot zeker niet toe. Het enige wat hij kon doen – als zijn peetoom zich iets bleek te herinneren – was hem vragen – smeken – er niet, nooit meer over te praten.
Schoorvoetend liep hij naar de opening van de leerlingenkamer. Patty riep hem iets na, maar hij wuifde vaag en stapte de gang op. Het duurde driemaal zo lang als anders voor hij de kamer bereikt had van oom Sev. Hij was nog bezig moed te verzamelen toen plotseling de deur open werd gesmeten en hij oog in oog stond met zijn peetoom. De nijdige uitdrukking was niet veelbelovend, maar ook niet ongewoon.
Het ongewone was Draco’s schaarsgeklede klasgenote die pruilend opstond van de bank.


o~0~O~0~o


Na twee frustrerende uren waarin hij met zijn neus in de naslagwerken had gezeten, probeerde Severus ongezien terug naar de toren van Griffoendor te komen. Het leek wel of er om elke hoek een nieuw groepje giechelende meisjes stond. En niet alleen Griffoendors, ze stonden er van elke afdeling. Zelfs een groepje smiespelende derdejaars van zijn eigen afdeling was hij tegengekomen toen hij boven aan de trap via een rustig gangetje had willen omlopen. Derdejaars nota bene! En ze wapperden even onschuldig met hun wimpers als Margriet Bullemans altijd deed. Hij rilde vol afschuw, voor hij bedacht dat dat nu Potters probleem was. Die gedachte vrolijkte hem op, tot hij tegen een kleine, muisachtige Griffoendor aanliep.
‘Oeps, sorry, Harry,’ klonk het ademloos. ‘Ik had je niet gezien. Grappig want ik keek net naar je uit. We vroegen ons af of je volgende week bij de bijeenkomst kan zijn?’
Severus zweeg, onzeker hoe Potter zou reageren en de Griffoendor – een Krauwel was het – verduidelijkte: ‘De bijeenkomst van je fanclub! Natalie gaat weer littekenkoekjes bakken en we willen een idee bespreken voor een fandag in Londen.’
Severus keek hem vol afgrijzen aan. Zelfs Potter zou toch niet zo verwaand zijn dat hij daaraan meedeed? Een fanclub? Bij Zalazar! Voor hij de miezerige Griffoendor kon vertellen wat hij van dat plan vond, kwam er nog een Griffoendor de hoek om.
Wat is dit? Het centraal station voor al wat rood en goud draagt?
‘Oi maat, daar ben je.’
Severus zuchtte. Van de regen in de drup.
‘Ja, hier ben ik,’ zei hij op sarcastische toon, maar Wemel had geen oor voor subtiliteit en trok hem bij Krauwel vandaan.
‘Kom mee,’ zei de Griffoendor.
Alsof ik een keuze heb.
 ‘Waar bleef je? Het is zondagavond!’
Gelukkig praatte Wemel gewoon verder zonder antwoord af te wachten, terwijl hij door de gangen liep alsof er een Dementor achter hen aan zweefde. Hij herinnerde ‘Harry’ aan het snoepgoed dat hij bij Zacharinus had gekocht. Severus begon zich enigszins ongerust te voelen. Welke weekendrituelen stonden hem te wachten? Potter had hem natuurlijk nergens voor gewaarschuwd. Soms had die jongen beslist trekjes die in Zwadderich thuis leken te horen, gaf hij met tegenzin toe.
Op het moment dat hij achter Wemel door het portretgat stapte, realiseerde hij zich dat een zondagavond in Griffoendor blijkbaar met de hele afdeling gevierd werd. Of in ieder geval de ouderejaars, leerde een snelle blik hem. De meesten van hen zaten voor de haard. Extra fauteuils waren aan de cirkel toegevoegd, maar de meesten zaten op kussens op de grond.
‘Harry! Hier is nog plaats,’ riep Ginny Wemel vanuit de kring en ze wuifde alsof ze bang was dat hij haar schelle stem zou kunnen missen. Hij deed een poging om met Wemel mee te lopen, maar die gebaarde dat hij alvast moest gaan zitten.
‘Ik neem het wel voor je mee.’
Als een Hippogrief die naar zijn beul wordt geleid, schuifelde Severus naar de kring. Was dit de Griffoendorversie van liederen zingen bij een kampvuur? Hij zou zijn – Potters – mantel opeten als Lubbermans nu een muziekinstrument zou gaan bespelen. Dat gebeurde niet; in plaats van een instrument pakte de Griffoendor een lege fles en legde die in het midden van de kring.
Gelijk klonk een koor van gegiechel en gefluit. Oh nee! Het mocht dan wel lang geleden zijn dat hij zelf leerling was, die afgrijselijke, vernederende spelletjes herinnerde hij zich als de dag van gisteren. Hier kon hij onmogelijk mee doorgaan! Hij was een professor, in Zalazars naam!
Hij probeerde overeind te krabbelen, maar werd tegengehouden door een hand op zijn schouder.
‘Oh nee, Harry, je had beloofd om dit keer mee te doen,’ riep Filister twee plaatsen naast hem.
Wemel – want diens hand was het – plofte naast hem neer terwijl talloze zakken snoepgoed – zijn snoepgoed, dacht Severus verontwaardigd – werden doorgegeven in de kring hongerige leeuwen.
Griffel zei iets. Ze zat naast Ginny Wemel en hoefde niet te wuiven om de aandacht te trekken.
‘Laten we vanavond beginnen met een spelletje Trouwen, Zoenen, Avada Kedavra,’ stelde ze aarzelend voor alsof ze het draaien met die fles wilde uitstellen. Terwijl haar ogen over de aanwezigen gleden, verbeelde Severus zich dat haar blik even bij hem bleef haperen.
Iedereen stemde in en aangezien hij zich niet kon voorstellen dat dit feestje op een slachtpartij kon uitlopen, bleef Severus wat gespannen wachten.
Hij had geen idee hoe Potter zich in dit soort situaties zou gedragen. Een paar dagen geleden zou hij gezegd hebben dat hij net zo enthousiast of zo overdreven als Broom zou hebben meegedaan, maar de houding van zijn vrienden leek op het tegendeel te wijzen. Natuurlijk zat hij niet te wachten om met meisjes te moeten zoenen, en was hij waarschijnlijk bang uit de kast te rollen als de fles naar een jongen zou wijzen, bedacht Severus nu.
‘Marcel,’ klonk de heldere stem van Hermelien, 'Trouwen, Zoenen of A.K? Wie kies je? Padma, Loena en Hannah?’
Het viel Severus nog mee dat ze geen Zwadderaar koos om ‘vermoord’ te worden. Terwijl hij weinig geïnteresseerd hoorde, hoe Lubbermans wilde zoenen met een Huffelpuf en trouwen met een Ravenklauw voelde hij de spanning in zijn ingewanden opbouwen. Het was net dat Russische gokspel waar hij wel eens over gehoord had; elk moment kon fataal zijn. Elk moment kon het zijn beurt zijn. Lubbermans koos een zesdejaars. Severus probeerde zich zo onzichtbaar mogelijk te maken. Telkens als hij iets naar achteren probeerde te schuifelen, werd zijn poging om te ontsnappen echter verhinderd door Wemel of Tomas die aan zijn andere zijde zat. Een kwartier passeerde waarin Severus op hete kolen zat.
Toen hij uiteindelijk aan de beurt was, viel de keus mee: Minerva, Sybilla en Bullemans. De laatste zou hij sowieso met plezier op een doodsvloek trakteren en hij vermoedde dat Potter Minerva zou kiezen om te trouwen. Wemel sloeg hem op zijn schouder – de lichtgewicht had duidelijk teveel van het naar binnen gesmokkelde Boterbier gedronken – en Severus zag zijn kans op wraak.
‘W- Ron, Patty Park, Margriet Bullemans of Daphne Goedleers?’ Gejoel van de anderen en een verontwaardigde kreet van Wemel, maar Severus hoorde alleen de heldere klank van Griffels lach. Zalazar nog aan toe.
Het interesseerde hem niet wat Wemel uiteindelijk koos, tot hij zich omdraaide naar Severus en zei: ‘Dat zet ik je betaald, Harry!’
Het feit dat hij erbij lachte, stelde Severus niet gerust.
‘Hermelien, Ginny of madame Rosmerta, Harry?’
Automatisch antwoordde Severus: ‘Zoenen met Rosmerta.’ Daar had hij natuurlijk zoals elke mannelijke klant wel eens over gedacht. Tot zijn afschuw realiseerde hij zich zijn vergissing. Zijn ogen schoten van Hermelien naar Ginny Wemel en daarna verwijtend naar de jongen die hem steeds zijn maat durfde te noemen. Die haalde enkel grinnikend zijn schouders op. Iedereen wachtte waar hij het zwaard van Damocles zou laten neerkomen. Hij staarde naar beneden terwijl hij zich koortsachtig afvroeg wie hij moest kiezen. Potter zou waarschijnlijk –
‘Avada Kedavra, Ginny,’ om nog onhoorbaarder te besluiten: ‘en Trouwen met Hermelien.’
Er klonk een verbaasde kreet, en een hoge, schelle stem riep gekwetst: ‘Harry!’
Severus’ blik bleef gevestigd op de zwarte stof van Potters mantel, waar de leeuw op het afdelingsschild hem spottend leek aan te kijken.



Wat houdt Draco's taakstraaf in? En welke ernstige gevolgen heeft Juvie's geklungel?
Lees het in WW ho 48: De Verspilling van Jean Excellente.
IP IP gelogd
Terug naar boven
Pagina  van 2 Volgende >>
Beantwoord bericht Plaats een nieuw onderwerp
Printbare versie Printbare versie

Spring naar forum
je kan niet nieuwe onderwerpen plaatsen in dit forum
je kan niet antwoorden plaatsen in dit forum
je kan niet berichten verwijderen in dit forum
je kan niet berichten bewerken in dit forum
je kan niet enquêtes creëren in dit forum
je kan niet stemmen in enquêtes in dit forum